Bart-Romeinen

Uit Lorentz

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Een eerste kennismaking met de Romeinen

De Romeinen was een volk dat van 500 voor christus tot 500 na christus leefden. Het Romeise rijk begon allemaal met een paar mensen die een stad hebben gesticht aan de rivier de Tiber. Het volk (de Romeinen) dat in die stad woonde heeft daarna nog een groot deel van Europa veroverd. De Romeinen waren 2000 jaar geleden de baas over een groot deel van Europa. Hun reik had toen het op zijn grootst was een oppervlakte van 4.750.000 vierkante kilometer, en telde ongeveer 50.000.000 inwoners. Het Romeinse rijk werd bestuurd door verschillende keizers. Het Romeinse rijk heeft tot 500 na christus bestaan, toen werd hun land binnen gevallen door verschillende volken.

De Romeinen konden ook al heelveel maken zoals: huizen van steen, zwembadden, huizen met vloerverwarming, bruggen om water te vervoeren, wegen van stenen, en grote theaters. Niet alle Romeinen hadden zo’n lux bestaan als die Romeinen. De taal die de romeinen spraken was latijn.


Het ontstaan van het Romeinse rijk


Er zijn verschillende verhalen over hoe het Romeinse rijk is ontstaan. Een bekend verhaal is het verhaal van Romulus en Remus.

Dat verhaal gaat zo:
Het begon allemaal bij een zoon van een Griekse godin, zijn naam was Aeneas. Aeneas woonde in het stadje Troje. Op een dag werd dat stadje veroverd door de Grieken. Aeneas vluchtte toen naar Italië. Daar trouwde hij met een prinses, en stichtte een koningrijk. De twee jongens Romulus en Remus (een tweeling)zouden later de troon van hem overnemen. De oudoom van de tweeling wilden ook koning worden van Italië. Hij liet daarom de tweeling (Romulus en Remus) in de rivier de Tiber gooien. De tweeling werd toen gevonden door een wolvin, die ze toen verzorgden. Later ging de herder Faustulus voor hun zorgen. Toen ze groot waren vermoordde de tweeling hun oudoom (Amulius). Daarna stichtte de tweeling de stad Rome op de berg Capitolinus op die plek had de wolvin hen ook gevoed. De tweeling kreeg ruzie en Romulus vermoordde zijn broer Remus. Romulus werd koning van Italië en de stad die hij en zijn broer gesticht hadden vernoemden hij naar zich zelf, de stad noemde hij Rome. Romulus kreeg al snel door dat zijn stad meer mannen dan vrouwen telden. Hij bedacht een plan om de vrouwen van een volk te stelen. Hij nodigde de Sabijnen uit voor een feest. De Sabijnse mannen werden afgeleid, daar maakte de Romeinse mannen gebruik van en ze trouwden met de Sabijnse vrouwen. De drie koningen die na Romulus regeerden, regeerden over een stadje met alleen maar houten huizen. De koning die daarna regeerden, maakte van Rome een stad met stenen huizen. Hij pompte ook de drassige grond in Rome weg om openbare pleinen van te maken. 

 

De Archeologen denken dat op de plaats waar de stad Rome nu staat eerst een paar stammen woonden en dat die stammen samen de stad Rome hebben gesticht. De plek waar de volkeren Rome gesticht hadden lag ook op een handigeplaats. Het ligt aan de rivier de Tiber en dicht bij de zee. Maar de stad was nog wel ver genoeg van de zee af om beroofd te worden door piraten. Rome lag ook een een vruchtbare vlakte. Omdat Rome op heuvels lag konden ze vijanden al van ver af aan zien komen. 

De stad Rome werd een belangrijke stad, de hoofdstad van het Romeinse rijk. In Rome kwamen ook steeds meer mensen wonen. De stad ging er steeds mooier uit zien met zijn  mooie stenen huizen, theaters en viaducten.

Geografie

Op het plaatje hieronder zie je hoe groot het Romeinse rijk was.

Metreologie

Geologie

Politiek

Economie

Rome

Is de hoofdstad van Italie. In de tijd van de Romeinen was Rome de hoofdstad van het Romeinse rijk. In een legende staat dat de stad Rome in het begin van het Romeinse rijk gesticht is door de twee broers Romulus en Remus.


Rome toen

Als mensen aan Rome denken in de tijd van de Romeinen denken ze aan mooie grote huizen. Rijke mensen met slaven. De meeste Romeinen woonden in krotten of

Pompeii

Pompeii was een rijke havenstad. In Pompeii werd veel handel gedreven met andere Romeinse steden,  een paar producten waarin ze handelde waren wol, olijfolie en wijn. Toen op eens de vulkaan de Vesuvius uitbarste. Pompeii werd bedolven onder de lava. De mensen in de stad probeerden aan de lava te ontsnappen en vluchten weg. Binnen een paar uur was de stad Pompeii begraven onder de lava, de stad bleef eeuwen onder de lava bedolven. Een hele tijd later werd Pompeii ontdekt door archeologen. Die archeologen hebben Popeii uitgegraven. Alles spullen en mensen waren nog goed bewaard gebleven. Daardoor kwamen onderzoekers veel te weten over Pompeii. In Pompeii is alles nog het zelfde. De straten en huizen zijn daar nog precies het zelfde als 1700 jaar geleden. De huizen en Amfitheaters zijn ook  nog precies het zelfde

Kennis

Defentie

Een Romeins leger bestond vroeger uit een paar mannen die geroepen werden als ze ze nodig hadden. De mannen moesten ook zelf voor wapens zorgen, en oefenen deden ze ook niet. De soldaten kregen ook geen loon. Het leger ging er later anders uitzien, het leger werd toen een grote vechtmachinen. De soldaten waren nu wel getraind en ze kregen de wapens die ze nodig hadden. De soldaten kregen nu ook wel loon. Je mocht niet zomaar in het leger.

 Een Romeins leger heette een legioen. Een legioen telde ongeveer 6000 man, waarvan 4800 man soldaten waren en 1200 man die dan nog over bleef bestond uit koks, artsen en werklui. Elk legioen had ongeveer 100 boodschapers te paard, een arts, wat koks, een aantal timmerlieden, technici en een katapultmaker. De timmerlieden en technici waren er om bruggen wegen en andere dingen te maken. De meeste mannen uit een legioen waren soldaten. De soldaten waren gekleed in een soort maliënkolder daaronder droegen ze een wollen tuniek (een tuniek is een lang soort t-shirt), om hun benen hadden ze een soort rok, aan hun voeten droegen de soldaten sandalen. De soldaten droegen om hun pols een band met metalen plaatjes, aan die band kon je zien hoe hoog een soldaat was. Als wapens hadden de soldaten een kort zwart en een speer, elke soldaat het ook een groot schild. Als de Romeinse soldaten aanvielen vormden ze vaak een soort schildpad, dat was een opstelling waarbij de soldaten in groepjes gingen staan, de schilden werden daan als een soort schild over hun heen. Een Romeins schild was gemaakt van hout en metaal met daar overheen een laag leer. Het Romeinse leger werd beschouwd als de meestsuccesvolle strijmacht aller tijden. Het kon elk leger van die tijd aan. 

Een Romeins leger was ingedeeld in groepjes, over zo'n groepje was dan één iemandand de baas.  Je kan ook de baas zijn over een paar van die groepjes. Het kleinste groepje heette een contubernia, een contubernia bestond uit acht man. Dan was er ook nog een centuria, een centuria bestond uit tien contubernia. Een centuria werd geleid door een centurion. Je had ook nog een cohort dat uit zes centuria bestond. Een cohort werd geleid door een tribunus militum. Een legioen bestond uit tien cohorten. Een legioen telde dus 4800 soldaten. De leider van een heel legioen heette een legatus. 

Veldslagen

Bouwwerken

Het Romeins leven

Onderwijs

Een Romeinse school heet een ludus, de school was bedoeld voor jongens van zes tot elf jaar.
Niet elk Romeins kind kreeg onderwijs, alleen de rijke kinderen gingen naar school. In het begin kwamen de leraren naar het huis van de leerling, de leerling kreeg dus thuis les ( bij sommige rijke Romeinen woonden de leraar bij de leerling thuis). Later gingen de leerlingen naar een school (je kon alleen naar school als je rijke ouders had want je moest wel betalen).
Meestal gingen alleen de rijke jongens naar school om te leren lezen, schrijven, rekenen en spreken in het openbaar. De rijke meisjes leerden lezen en schrijven, de arme meisjes leerden thuis meestal spinnen en naaien. Sommige meisjes leerden ook om een instrument te bespelen.

De Romeinse leraren waren bijna altijd slimme Griekse slaven. De taal die de Romeinen spraken (Latijn) was dus nieuw voor hun. De letters die de Romeinen gebruikte lijken veel op de letters die wij nu gebruiken. De Romeinen schreven op wassen plaatjes, als pen gebruikten ze een puntig stukje. Als de wassen plaat wol was konden ze hem gewoon weer schoon wrijven, hij kon dan gewoon weer opnieuw gebruikt worden. De Romeinen hadden wel een soort papier dat van riet gemaakt, dat papier was erg duur. Elke school had ook een paar boeken. Die boeken zagen er niet zo uit als de boeken van nu. De boeken waren met de hand geschreven op een lang stuk papier. Zo’n stuk papier kon wel tien meter lang zijn en werd een rol genoemd. Het papier van een rol was om een stuk gerold. Later werden de Romeinse boeken anders, die boeken zagen er al bijna zo uit als onze boeken. Zo’n boek heette een codex. Alles in een codex werd nog steeds met de hand geschreven. De cijfers die de Romeinen gebruikten waren wel anders dan de cijfers die wij gebruikte. Hieronder zij je wat Romeinse getallen:

1 = I
5 = V
10 = X
50 = L
100 = C
500 = D
1000 = M

Eens Romeins cijfer kan er dus zo uit zien: MDCLIII hier staat 1653. Een Romeins getal kan er ook zo uit zien IV hier staat 4. Als een kleiner Romeins getal voor een groter Romeins getal staat moet je het kleine getal van het groter getal aftrekken. Dat doen ze om een getal zo kort mogelijk op te schrijven (je moet een Romeins getal ook altijd zo kort mogelijk op schrijven).
Bijvoorbeeld:
XL = 40
CD = 400
IX = 90

Als rijk Romeins kind kon je eerst naar de bassischool, dan naar het voortgezet onderwijs en dan kon je nog naar de universiteit. De meeste rijke Romeinse kinderen maakten alleen hun bassischool af. Op een Romeinse bassischool zaten meestal maar iets van 12 kinderen. De leraar verdienden dan ook niet zoveel, dus namen zij er vaak nog een bijbaantje

Gezondheidszorg

Slaven

Religie

Religie

De Romeinen geloofden in verschillende goden. De Romeinen hadden veel goden en godinnen geleend van andere landen, zo hadden ze veel Griekse goden. De Romeinen hadden er geen moeite mee om in goden van andere landen te geloven. Alleen het geloof van de Christenen en de Joden was verboden in het Romeinse rijk, omdat ze de keizer weigerde te aanbidden. Tot ongeveer 300 na christes werden de christenen vaak om hun geloof gedood of gemarteld (later werd het christendom steeds belangrijker en mocht je er wel in geloven). Elke Romeinse god had zijn eigen taak in het Romeinse leven. Je hebt bijvoorbeeld de godin Ceras die ging over de gewassen. De Romeinse boeren baden voor haar, ze dachten dat ze dan een goede oogst zouden krijgen. Ook brachten Romeinse mensen offers aan goden en godinnen, zelfs Romeinse keizers brachten offers aan de goden en godinnen. Veel Romeinen waren erg bijgelofig ze trokken bijvoorbeeld eerst hun rechterschoen aan en dan de linker, want ze dachten dat links ongeluk bracht. Ik zal een paar Romeinse goden en godinnen noemen. De Romeinse goden en godinnen kleden zich net zoals mensen, hele machtigen goden konden zichzelf in dieren veranderen. De Romeinse goden gedroegen zich ook net zoals mensen ze maakten ruzie en brobeerden elkaar te bedriegen.

god of godin Griekse naam god/godin van de
Jupiter (de oppergod   Zeus

god van donder en bliksem

Juno  Hera  godin van vrouwen en geboorte
Mercurius Hermes god van handel en dieven
Ninerva Athene  godin van wijsheid, kunstnijverheid en oorlog
Bacchus Dionysos god van de wijn
Diana Artemis godin van de jacht
Neptunus Poseidon god van de zee
Venus Afrodite godin van de liefde en schoonheid

Veel Romeinse keizers werden na hun dood ook tot god verklaard.
De Romeinen gingen ook naar de tempel (dat was hun kerk). In de tempels konden de mensen bidden tot de goden,in de tempels lagen vaak heiligdommen (schatten) van de goden. Een Romeinse godin had een heel raar heiligdom, het was een groot vuur. De Romeinen dachten dat als het vuur uit zou gaan Rome in zou storen. In veel Romeinse huizen was ook een klein altaar gebouwd waar ze konden bidden. De Romeinen geloofden ook in een leven na de dood. Ze dachten dat de geest van de dode in een roeibootje naar de onderwereld werd gebracht. De ingang van de onderwerld werd bewaakt door een hond met drie koppen.

Hieronder staat een verhaal over een Romeinse

Verschil tussen de Romeinen en andere volken

Sociaal-Cultureel

Vrije tijd

gladiatoren gevechten en recen met strijdwagens

 

Op feestdagen en andere speciale dagen stroomden de amfitheathers in de steden in vol met mensen. In zo'n amfitheater werden gladiatoren gevechten gehouden. Gladiatoren gevechten zijn gevechten waarin een paar mannen tegen elkaar vechten. Die mannen waren meestal gevangenen of beroeps gladiatoren (soms deden er ook vrouwen mee aan een gladiatoren gevecht). De gladiatoren vochten met elkaar met verschillende wapens. De gladiatoren werden getraind, op een speciale school in Rome. Als je een gladiatoren gevecht won kon je heel rijk en beroemd worden, maar als je verloor kun je gedood worden. De keizer mocht bepalen of de verliezer bleef leven of dat hij gedood werd. Meestal werden de gladiatoren gespaart vanwege hun dure opleiding. De winnaar kreeg geld en een kroon. Als de gladiatoren nog leefden kregen ze uiteindelijk een houtenzwaard. Dan hoefden ze niet meer te vechten en waren ze vrij. De amfitheaters werden soms ook onder water gezet. Dan werd er in kleine bootjes gevochten. Soms werden er ook dieren gevechten gehouden, in zo'n gevecht vechten twee dieren tegen elkaar. Die dieren waren meestal leeuwen, tijgers, beren en krokodillen. Het grootste amfitheather in het Romeinse rijk was het Colosseum.

Wat de Romeinen ook een leuk uitstapje vonden was een dagje naar de racebaan. Op die racebanen werden races gehouden met strijdwagens. Die strijdwagens waren erg licht en werden getrokken door twee, vier of acht paarden. In een race moesten de strijdwagens zo snel mogelijk een  aantal rondjes rijden. De bestuurders van een strijdwagen waren meestal slaven of beroepsracers, de beroeps racers werden vaak goed betaald. Tijdens een race raakten de paarden en de mensen om de haverkalp gewond. de wagens vlogen dan uit de bocht of botsten tegen de zijkanten van de baan. Het gevaarlijkste onderdeel tijdens de race waren de twee scherpe bochten. Tijdens een race braken soms hele rellen uit als het geliefde team niet wist te winnen. In de racebaan kon je wat drinken of kun je gokken op de ploeg die volgens jouw ging winnen.  Elke grootte Romeinse stad hat een racebaan

Eet gewoontes

Sport

kunst

Muziek

Het vergaan van het Romeinser rijk

Persoonlijke instellingen