Cylemarijne
Uit Lorentz
Inhoud |
Weekopdracht 1
Voor deze week moesten we een dier verzinnen dat zich heeft ontwikkeld tot een ander soort dier.
Van aap tot mens
Er is lang onderzoek gedaan naar waar de mens nou vandaan komt. Ze denken dat de mens en de aap (de chimpansee) van een aapachtige voorouder afstammen die een paar miljoen jaar geleden leefden.
Ze dachten dat de Ramapithetus een directe voorouder van de mens was. Maar het bleek later dat het een uitgestorven soort van de orang-oetang was.
Zo had je nog meer soorten mensen of dieren waarvan ze een tijd dachten dat ze onze voorouders waren.
De Neanderthaler werd afgebeeld als een voorover gebogen aapmens. Deze uitgestorven soort van de mens leefde zo’n 150.000 tot 30.000 jaar geleden in Europa, het Midden-Oosten en Centraal Azië. De apen (en neanderthalers) aten van de grond. Vandaar die gebukte houding. Maar er was ooit waarschijnlijk een neanderthaler die eten van de bomen en hogere dingen af probeerde te halen. Hij zou de meeste overlevingskans hebben omdat hij natuurlijk het meeste eten had. Zijn kinderen erfden dit van hem en zo ging de neanderthaler steeds meer rechtop staan. Waarschijnlijk werd dit uiteindelijk de mens. Ze zijn ook een groot deel van hun beharing kwijt geraakt (hoe dat kan weet ik niet). Ook werden ze steeds slimmer.
Er wordt zelfs verwacht dat het kwijtraken van beharing nog een tijd door zal gaan en dat op het gegeven moment niemand nog haar heeft.
We hebben ons nu wel ontwikkeld tot staande mensen, maar door de computerhouding gaat iedereen juist weer meer gebogen lopen. Dus over heel veel jaar lopen we misschien weer op handen en voeten!
ARDI
De Ardipithecus Ramidus (ook wel Ardi genoemd) leefde zo'n 4,4 miljoen jaar geleden in wat nu Ethiopië is. Na 15 jaar puzzelen met stukjes bot blijkt uiteindelijk (in oktober 2009) dat de Ardipithecus waarschijnlijk onze directe voorouder is. Hij was de eerste primaat (dat is een orde uit de zoogdieren) die rechtop kon lopen. Ardi was nog ver voor het mensengeslacht Homo. Ardi leek helemaal niet op de chimpansee, omdat hij niet aan zijn armen slingerde en hij liep niet op zijn knokkels. Ardi leefde in een bosachtig gebied waar hij noten, vruchten, insecten en kleine zoogdieren at.
Ardi kon best goed klimmen, terwijl hij wel rechtop liep. Dit komt doordat hij een soort duimachtige teen had waarmee hij zich aan de takken vastklemde.
Ardi was 1.20 meter en woog ongeveer 50 kilo.
De onderzoekers denken dat het een gezinnetje was. Dit staat nog niet vast.
Weekopdracht 2
Voor deze week moesten we een evolutieboom maken van de eencelligen tot zoogdieren.
Evolutieboom
Hoe is er leven op aarde gekomen? Dat zal ik nu gaan uitleggen.
Vroeger was er nog bijna niets op aarde dat leefden. Wel waren er moleculen in een soort soep/zeeachtig iets. Die moleculen gingen samen pakken. Daaruit ontstonden eencelligen. Die eencelligen gingen samen klitten. Daar ontstonden 2 dingen uit. Een soort visachtige en allerlei zeeplantjes. De visachtige ontwikkelde zich steeds meer. Er kwam een vis die vooral in de modder leefden, of dicht bij de branding. Zo gingen die vissen steeds verder het land op, tot er vissen (niet echt vissen meer, maar hagedisachtige) waren die op het land leefden. Er kwamen steeds meer soorten dieren en zoogdieren op het land, door overerving en aanpassing van de leefomstandigheden. Uiteindelijk ontstond zo ook de mens.
Die zeeplantjes werden koraal en zeewier. Ook dit kwam op de een of andere manier aan land en is zich door gaan ontwikkelen.
Weekopdracht 3
Een klein verslagje over tweelingen, dat was de weekopdracht voor deze week.
Tweelingen
In Nederland is 1 van de 80 geboorten een tweeling. Er worden dus zo’n 1900 tweelingen per jaar geboren. Je hebt 2 soorten tweelingen, eeneiige tweelingen en twee-eiige tweelingen, deze komen het vaakst voor. Een bijzondere en minder vaak voorkomende tweeling, is de Siamese tweeling.
Wat is nu het verschil?
Twee-eiige tweelingen
Van alle tweelingen is ongeveer 65% twee-eiig. Deze tweelingen ontstaan doordat twee eicellen tegelijk bevrucht worden door zaadcellen. Dan ontwikkelen zich twee kinderen. Die zien er dan hetzelfde uit als gewone broers en zussen. Ze kunnen ongeveer 50% hetzelfde, ook al zijn ze van ander geslacht.
Eeneiige tweelingen
Van de 10 tweelingen zijn er 3 á 4 eeneiig. Ze ontstaan doordat één bevruchte eicel zich alsnel na de bevruchting in tweeën splitst. Eeneiige tweelingen zijn dan ook altijd 2 meisjes of 2 jongens. Eeneiige tweelingen lijken vaak heel erg op elkaar en kunnen ook vaak ongeveer dezelfde dingen.
Siamese tweelingen
Siamese tweelingen, zijn tweelingen die bij de geboorte met een lichaamsdeel aan elkaar zijn verbonden. soms zitten hun buiken aan elkaar vast, maar het kunnen soms ook de hoofden zijn. Hoe ontstaat een Siamese tweeling dan? een bevruchte eicel splitst zich vaak na een korte tijd in twee delen, dan krijg je een eeneiige tweeling. Maar bij de Siamese tweeling, splitst de bevruchte eicel zich veel later in tweeën. Het kan dan zo zijn dat een deel van de eicel zich splitst, maar dat het andere deel aan elkaar blijft zitten. Als de eicellen dan zich verder hebben ontwikkeld en dat ene stukje blijft nog steeds hangen, dan kan het zo zijn dat de voetjes of de buikjes aan elkaar vast groeien. de overlevingskans van Siamese tweelingen is heel laag, ze worden dan ook vaak dood geboren. Wanneer ze nog leven als ze worden geboren, kunnen ze met behulp van een operatie uit elkaar worden gehaald, maar dit gaat ook niet altijd goed.
Het leven als Siamese tweeling is best moeilijk, want je moet alles met z'n tweeën doen. Vaak delen Siamese tweelingen hun organen.
In Nederland worden er ongeveer 3 Siamese tweelingen per jaar geboren.
Weekopdracht 4
Voor de weekopdracht van deze week moesten we een verhaaltje schrijven hoe iets zich heeft ontwikkeld, of hoe iets is ontstaan. Het mocht een fantasieverhaal zijn, maar het mocht ook de echte ontwikkeling zijn. We konden kiezen uit een paar titels
- daarom smaakt Franse kaas anders dan Nederlandse kaas
- evolutie: van kruidenier tot supermarkt
- mijn school en de evolutietheorie
- van luchtballon tot concorde
- de ontdekking van popcorn
Ik heb gekozen voor:
van kruidenier tot supermarkt
Bijna iedereen gaat wel eens naar een supermarkt, zoals de Dekamarkt, de Albert Heijn of de Hoogvliet. Deze supermarkten bestonden natuurlijk niet altijd al, vroeger had je niet eens supermarkten, maar kruideniers.
Wat is een kruidenier eigenlijk?
Een kruidenier is is iemand die levensmiddelen en huishoudelijke spullen zoals schoonmaakmiddel verkoop. In een kruidenierswinkel is het allemaal niet zo groot en zo veel als in een supermarkt. Eigenlijk is een kruidenier net een slager, bakker of groenteboer, alleen zij verkopen verse levensmiddelen (eten) en kruidenier heeft meer huishoudelijke spulletjes. In kruidenierswinkels kun je de spulletjes niet zelf pakken, dat doet de kruidenier voor je, soms wordt het dan gewogen en daarna in papieren zakken gestopt.
Een kruidenierswinkel
Waarom zie je tegenwoordig bijna geen kruideniers meer?
In de Middeleeuwen (500-1500) waren er al kruideniers. Zij waren een soort drogist of apotheker. De kruideniers in die tijd verkochten geneeskundige kruiden, keukenkruiden en specerijen. Maar vanaf de 17e eeuw mochten kruideniers geen geneeskrachtige kruiden meer verkopen.
In de 19e eeuw was een kruidenier iemand die een klein winkeltje voor zichzelf had. Maar aan het einde van de 19e eeuw dreigde het gevaar, voor kruideniers, van de grotere en uitgebreidere winkels, die in het bezit van fabrikanten waren.
In 1893 kwam de merkenwet. Hier staan alle voorschriften van handelsmerken in. Fabrikanten konden nu eigen merken op richten.
Na de Eerste Wereldoorlog gingen de fabrikanten steeds meer artikelen in consumentenverpakkingen verkopen. Hierdoor kwamen er steeds meer klanten naar de grotere winkels en de kruideniers kregen bijna geen klanten meer. In de 19e eeuw was een kruidenier iemand die een klein winkeltje voor zichzelf had. Maar aan het einde van de 19e eeuw dreigde het gevaar, voor kruideniers, van de grotere en uitgebreidere winkels, die in het bezit van fabrikanten waren.
In 1893 kwam de merkenwet. Hier staan alle voorschriften van handelsmerken in. Fabrikanten konden nu eigen merken op richten.
Na de Eerste Wereldoorlog gingen de fabrikanten steeds meer artikelen in consumentenverpakkingen verkopen. Hierdoor kwamen er steeds meer klanten naar de grotere winkels en de kruideniers kregen bijna geen klanten meer. De fabrikanten gingen hun winkels steeds meer uitbreiden.
In Nederland startte Dirk Kat in 1949 als eerste met de supermarkt. Hij noemde deze supermarkt de Kijkgrijp, deze supermarkt bestaat tegenwoordg ook nog maar heet dan de Dekamarkt. Vanaf dat moment kwamen er steeds meer supermarkten en bleven er bijna geen kruideniers meer over. De supermarkten breidden zich steeds en steeds meer uit. Ze vestigden zich in het centrum van de steden. De aller grootste supermarkten kwamen aan de rand van de stad te staan. Aan het einde van de 20e eeuw kwamen de winkelwagentjes en aan het eind afrekenen bij de kassa.
Er gingen steeds meer mensen naar de supermarkt, omdat je in de supermarkt al je spulletjes zelf kunt pakken, bij de kruidenier moet je eerst heel lang in de rij staan en dan pakt de kruidenier het voor je, dit duurt natuurlijk veel langer. Ook is alles in de supermarkt al verpakt en klaar om mee te nemen en bij de kruidenier, wordt alles eerst gewogen en in zakken gedaan.
De meeste kruideniers moesten stoppen met hun winkel, omdat er bijna geen klanten meer kwamen. Vandaar dat we tegenwoordig bijna geen kruideniers meer hebben.
Weekopdracht 5
Deze week moeten we voor de weekopdracht een tijdbalk maken van de mode voor vrouwen door de eeuwen heen. Deze tijdbalk begint rond 1850.
Mode voor vrouwen vanaf 1850
De mode voor vrouwen door de eeuwen heen
Al heel lang zijn vrouwen bezig met hun uiterlijk en kleding. Ze willen er altijd goed verzorgd uitzien en ze willen vaak de eerste mode hebben. Ongeveer een eeuw geleden was de mode voor vrouwen heel anders dan tegenwoordig.
In de 18e eeuw droegen de rijke vrouwen hele wijde japonnen, waarmee ze alleen zijdelings door de deur konden. Die japonnen waren van zijde gemaakt. Rond de heupen zat een soort hoepel die het heel breed maakte. De japonnen hadden een hele smalle taille, zo leken de vrouwen heel slank. De vrouwen die dik waren, trokken een corset aan. Dat werd heel strak aangetrokken zodat je slanker leek. De rokken waren vaak versierd met strikken, pluimen of bloemen. Ook hadden ze er vaak een passende waaier bij. Dit lieten ze allemaal bij de kleermaker maken.
Een rijke vrouw met hoepelrok.
Die hoepelrokken waren wel heel deftig, maar niet handig, want het aankleden alleen al duurde heel lang. Nog een nadeel was dat er wel 40 meter stof voor nodig was. Toen kwam de Industriële Revolutie. Er kwamen steeds meer fabrieken. De kledingfabrieken gingen nadenken over leukere kleding en vrolijkere kleuren. Ook dachten ze na over kleding voor kinderen en arme mensen. De rijke vrouwen bleven vaak nog wel naar de kleermaker gaan.
Er kwamen naaimachines die heel snel heel veel dezelfde stukken stof konden snijden. Zo werden er heel snel dezelfde kleren gemaakt met heel veel verschillende vrolijke kleren.
Toen kwam de spijkerbroek, een broek van spijkerstof die blauw was. Daar werden er duizenden van gemaakt.
Rond 1900 kozen de meeste vrouwen toch voor comfortabele en eenvoudige kleding zoals een gewone stijl lopende rok. Deze rokken werden steeds korter tot net boven de knie. Sommige mensen vonden dit schokkend.
In 1950 werd er ook steeds meer reclame voor kleding gemaakt en er was een speciale tienermode. In 1960 waren de minirokjes voor vrouwen in. De schoenen met plateauzolen werden erg veel gedragen in 1972. Tegenwoordig dragen we van alles: rokjes, jurkjes, spijkerbroeken, t-shirts, sweater en gympen.
In het jaar 2009 worden, wat schoenen betreft, Birkenstocks en Uggs heel veel gedragen.
EINDPRESENTATIE
Ik heb veel geleerd over dit onderwerp. Ik wist er nog niet veel van. Ook het boekje Kaas en de Evolutietheorie vond ik heel leuk.
Het leukste van dit hele project vond ik toch wel het maken van deze site.










