Julia-Planeten

Uit Lorentz

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Planeten


Inleiding

Omdat ik planeten erg gaaf vind, houd ik mijn werkstuk er over. Ik ga het hebben over de banen van de planeten, over de manen, over de ringen die niet alleen op Saturnus, maar ook op Jupiter en Uranus te vinden zijn. Ook ga ik proberen antwoord te vinden op mijn vragen. Dit zijn er een paar:

- Waarom is Pluto soms dichterbij de zon dan Neptunus?

- Hoe ver is de afstand van de maan naar de Aarde?

- Wat is een zwart gat?

blablagfhyuvfugdycaigesoxdf

Ons zonnestelsel

Eerst zal ik wat vertellen over ons zonnestelsel en wat daar allemaal in rondzweeft. Het middelpunt van ons zonnestelsel is de zon. De zon is enorm, al helemaal vergeleken bij zo’n miezerig planeetje als de Aarde. Toch is de zon een redelijk klein sterretje. Hij ziet er dan wel veel groter uit dan die kleine stipjes licht die je alleen ’s avonds ziet, maar dat komt omdat de zon veel dichterbij staat. De zon is ook niet zo’n hele hete ster. Hij is geel, en blauwe sterren zijn veel heter. De planeten vliegen in een baan om de zon. Mercurius en Venus staan het dichtst bij de zon. Dat zijn binnenplaneten. Dat komt omdat ze nooit in ‘oppositie’ kunnen staan. Dat betekend dat ze nooit goed zichtbaar zijn vanaf de Aarde. Je kunt ze alleen in de twee uur voor zonsopgang en de twee uur na zonsondergang zien. Als Mercurius tussen ons en de zon staat, zou je denken dat je hem wel kan zien als een donkere vlek in de zon. Dat is niet zo. Mercurius is dan net zo goed te zien als een zandkorrel op de brandende koplamp van een auto vijftig meter verderop.

Mercurius is op Pluto na de kleinste planeet in ons zonnestelsel. Daarna komt Venus. Venus staat ongeveer twee keer zo ver van de zon als Mercurius, maar toch is hij veel heter, wel 459 graden! Na Venus komt de Aarde. Daar is het al een stuk minder warm. Daarna komt Mars. Mars is niet zo heel warm, zelfs koud, ongeveer van -140 graden in de winter tot +20 graden in de zomer. De seizoenen op Mars duren ongeveer 2 keer zo lang als op Aarde. De volgende planeet is Jupiter. Jupiter is de grootste planeet van ons zonnestelsel. Hij is niet veel kleiner dan de zon en heeft wel 18 manen. De belangrijkste manen zijn Io, Europa, Ganymedes en Callisto. Dat zijn de Galileïsche manen. Ze heten zo omdat ze ontdekt zijn door Galileo Galilei. Later vertel ik meer over de manen van Jupiter. Dan heb je Saturnus. Saturnus heeft ringen. Toch is hij niet de enige planeet met ringen. Jupiter en Uranus hebben ook een paar dunne zwarte ringen. Na Saturnus komt Uranus. Uranus is de op twee na grootste planeet in ons zonnestelsel. Hij heeft een mooie blauwe kleur. Neptunus staat nog verder van de zon af. Hij is ook mooi blauw. Ook Neptunus is door Galileo ontdekt. De laatste en kleinste planeet is Pluto. Eigenlijk is het een grote steenklomp. Zijn baan is niet helemaal rond, waardoor hij soms dichterbij de zon staat dan Neptunus.

Satelieten (manen)

In dit geval is een satelliet een klein ding dat in de buurt wil blijven van een groot ding. De meeste manen hebben geen atmosfeer. De maan Triton van Jupiter is een uitzondering.Onze maan is een van de mooiste en grootste manen in ons zonnestelsel. Manen draaien om planeten heen. Ze geven geen licht, maar we zien ze dorrdat onze zon er op schijnt. Ze verschillen enorm van grootte. Als voorbeeld neem ik Jupiter, omdat hij zoveel manen heeft. Ganymedes is 5262 km in de doorsnee, terwijl dat bij Euporie maar 2 km is. In sommige manen zitten enorme kraters. In Mimas van Saturnus zit er een met een doorsnee van 130 km. Hier is een tabel met hoeveel manen elke planeet heeft.


Planeet Manen
Mercurius          0
Venus          0
Aarde          1
Mars          2
Jupiter        63 (waarvan 16    bevestigd
Saturnus       56
Uranus       21
Neptunus       13
Pluto         3






Wat me nu ineens opvalt is dat de planeten die het verst van de zon staan de meeste manen hebben. Pluto is veel kleiner dan de Aarde, maar toch heeft hij drie keer zo veel manen als wij. Manen zijn vaak brokken steen die in het zwaartekrachtsveld van een planeet terecht komen. Misschien zijn er wel meer brokken verder van de zon. Tussen Mars en Jupiter ligt de Planetoïdengordel. Die bestaat uit een soort babyplaneetjes. Door de zwaartekracht van Jupiter en Mars krijgen ze niet de kans om een planeet te worden. Misschien zijn er wel een paar planetoïden afgedreven en in het zwaartekrachtsveld van een planeet gekomen. Dat zou best kunnen. Het kan ook nog zo zijn dat brokken die in de buurt komen van de zon verbranden.

Onze maan

Onze maan is een van de mooiste manen in ons zonnestelsel. hij is ongeveer 3500 km in de doorsnee. De oppervlakte is stevig. De zwaartekracht is zwak, maar een zesde deel van die op Aarde. Er is geen atmosfeer, wat erg gevaarlijk is. Later vertel ik waarom een atmosfeer zo belangrijk is. Omdat er geen atmosfeer is, is er ook geen luchtdruk, wat ook gevaarlijk is. Er is wat ruimtestraling. Het is niet veel, maar toch meer dan op Aarde.De temeratuur schommelt heel erg. Overdag kan het 127 graden zijn en ’s nachts -173 graden. Er is geen wind, dus de voetstappen van de eerste mensen op de maan staan er ook nog steeds.

De Planetoïden

Ik zal in het kort even iets uitleggen over de planetoïden. Het zijn duizenden brokken steen en metaal die tussen Mars en Jupiter rondzweven. Op dit plaatje staat waar ze liggen.

Bron: Wikipedia

De meeste planetoïden draaien om hun as, net als planeten. Ze lijken erg veel op planeten. Sommige hebben zelfs mini-maantjes. De grote planetoïden zijn meestal rond, maar de kleine kunnen hele rare vormen hebben. Een daarvan, Eros, is een soort worst van 37 km lang.

Eros


Sterren

Onze zon is een kleine ster. Dat is maar goed ook, want anders waren we op Aarde allang verschroeid. De zon is ongeveer 1.400.000 km in doorsnee. Een ster begint in een wolk van waterstofgas vermengd met ruimtestof van opgebrande sterren. Die wolken zijn miljarden kilometers groot. Dat is een nevel. Het is een soort kraamkamer voor babysterren. Sterren ontstaan altijd op de zelfde manier. De deeltjes in de nevel kruipen door hun zwaartekracht (ja, ook stofdeeltjes hebben zwaartekracht) steeds dichter op elkaar. Dat gaat zo een tijdje door. Dan worden de deeltjes een klont die steeds groter wordt. De zwaartekracht van die klont wordt ook steeds groter. Daardoor worden de deeltjes in het midden van de klont steeds meer in elkaar gedrukt. De klont wordt dan heel heet en veranderd in een babyster. Daarna kunnen er twee dingen gebeuren:

- Als de ster te klein is, koelt hij weer af en gebeurt er verder niks. Dat wordt een bruine dwerg genoemd

- Als hij wel groot genoeg is, loopt de temperatuur op tot meer dan 10.000.000 graden. In de ster komen kernreacties op gang. De waterstof wordt dan omgezet in helium, wat in ballonnen zit. Daardoor komt ontzettend veel warmte en licht vrij en is er een nieuwe ster geboren.

Wat er daarna gebeurt, hangt ook af van hoe groot de ster is.

Kleine sterren

In sterren die kleiner zijn dan de Zon zit genoeg waterstof om 10 miljard jaar te branden. Als die 10 miljard jaar bijna voorbij zijn, raakt de waterstof op en gebeurt er van alles met de ster. Het binnenste van de ster krimpt en wordt heter. De buitenkant zet uit en koelt af. Van een grote afstand ziet zo’n ster er groot en rood uit. Daarom wordt hij een rode reus genoemd. Die zijn ongeveer 300.000.000 km in doorsnee.Soms ontplot hij. Dan wordt het een nova genoemd. Als dat niet gebeurt veranderd hij langzaam in een kern, omgeven door gas. Dat wordt dan een planetaire nevel genoemd. Het heeft alleen niets met planeten te maken. Uiteindelijk blijft alleen de kern over. Dat wordt een witte dwerg genoemd. Witte dwergen zijn klein, de doorsnee is 3.000 km. Ze zijn wel heel zwaar. Een koffiemok vol witte dwerg zou tien ton wegen. Daarna koelt hij af en wordt een zwarte dwerg, maar we weten niet of het heelal zo oud is dat ze bestaan. Ze zijn toch te klein, te ver weg en te zwak om ze te kunnen zien.

Grote sterren

Sterren die zwaarder zijn dan 1,4 keer onze zon branden in een paar miljoen jaar op. Dan krimt het binnenste en zet het buitenste uit, net als bij kleine sterren. Alleen wordt dat als het een kleine ster is een rode reus, maar dit noem je een rode superreus. Die zijn ongeveer 500.000.000 km in de doorsnee. Daarna begint de ster in elkaar te klappen. Een koffiemok vol in elkaar geklapte ster zou minstens 10 miljard ton wegen! De temperatuur loopt ook op: tot wel 100 miljard graden. Uit eindelijk ontploft de ster. Dat is dan een supernova. Daarbij komt in een paar seconden meer energie vrij dan onze zon in miljoenen jaren doet. Wat er na een supernova overblijft is rond de 20 kilometer in de doorsnee en dat wordt een neutronenster genoemd. Op neutronensterren is enorm veel zwaartekracht. Een mens zou daar ongeveer 5000 kilo wegen. Neutronensterren draaien net als planeten om hun as. Ze zenden ook radiosignalen uit, waardoor ze ook wel pulsar worden genoemd. Uiteindelijk gaat de pulsar steeds langzamer draaien. Uiteindelijk houdt hij er helemaal mee op.




Hele grote sterren

Met sterren die drie keer zo groot zijn als de zon (sommige zijn wel honderden keren zo zwaar) loopt het anders af. Als zij na een paar miljoen jaar opgebrand zijn ontploffen ze. Dat heet ook een supernova. Daarna begint hij in elkaar te klappen. Hij blijft maar in elkaar klappen tot zelfs de kleinste deeltjes instorten. De tijd stopt met lopen en wat overblijft is maar een paar kilometer groot, maar toch veel zwaarder dan een neutronenster. Het is een zwart gat.

Zwarte gaten

Het is moeilijk uit te leggen wat een zwart gat is. In het boek ‘echt gigantisch dat heelal’ staat een hele goede beschrijving: ‘Om je een voorstelling te maken van een zwart gat, moet je je maar eens een enorme gulzigaard voorstellen. Hij heeft zo’n honger, dat hij alles opeet wat in de buurt komt. Hij eet zelfs zichzelf op tot hij helemaal verdwenen is’. Dat doet een zwart gat ook. Hij heeft een hele grote zwaartekracht. Alles wat te dicht in de buurt komt zuigt hij op. Zelfs licht zuigt hij op. Daarom kun je een zwart gat ook niet zien. Het perst de deeltjes van de dingen die hij opzuigt zo hard samen dat het in een speldenknopje past. Het echte gat is waarschijnlijk ongeveer 10 km in de doorsnee, maar de kern is nog kleiner dan een speldenknopje. Er is een theorie die zegt dat het heelal ooit in dat piepkleine speldenknopje zat en bij dat bij de oerknal alles naar buiten is gekomen. Een paar wetenschappers als Albert Einstein (een Duitse natuurkundige en uitvinder) en Stephen Hawking (een Britse natuurkundige) bedachten dat zwarte gaten wel moesten bestaan, anders klopten hun theorieën niet meer. Zwarte gaten zijn dus niet te zien, maar hun zwaartekracht is zo sterk dat ze invloed kunnen hebben op sterren. Als een ster ver van ons vandaan een kant op gaat die niet logisch is, komt dat waarschijnlijk door een zwart gat.

Zwaartekracht

De planeten draaien om de zon doordat hij een enorm zwaartekrachtsveld heeft. De planeten hebben zelf ook een zwaartekrachtsveld, bij de een wat sterker en bij de ander wat zwakker. Niet alleen de planeten en de zon hebben een zwaartekrachtsveld, ook mensen, pennen, sneeuw. Alles heeft zwaartekracht. Eigenlijk is het een soort van aantrekkingskracht. Als je een bal laat vallen, trekt de Aarde die naar zich toe. De bal valt naar de Aarde. Maar de bal trekt ook aan de Aarde. De Aarde valt dus ook een stukje naar de bal. Maar het is maar een heel klein stukje. Te klein om te kunnen merken. De Aarde heeft een gemiddelde zwaartekracht. Hij is groot genoeg om niet weg te zweven, en niet zo groot dat je tegen de planeet gedrukt word. Op onze maan bijvoorbeeld is de zwaartekracht veel zwakker. Op Jupiter is die zwaartekracht heel erg sterk. Het rare is alleen dat Jupiter bestaat uit gas. Op Pluto is de zwaartekracht heel erg zwak.

Atmosfeer

Een atmosfeer is een laag lucht om een planeet. Alle planeten in ons zonnestelsel hebben een atmosfeer. Op Aarde bestaat hij uit stikstof en zuurstof. Op de meeste andere planeten is hij giftig. Er zijn ook een paar manen met een atmosfeer, maar onze maan hoort daar niet bij. Een atmosfeer is erg belangrijk, want zonder atmosfeer is de kans dat je wordt getroffen door een meteoriet veel groter. Als een meteoriet tegen de atmosfeer botst, verbrandt hij namelijk voor een groot deel. Zonder atmosfeer is de kans dus veel groter. Je zou ook eerder slachtoffer worden van ruimtestraling, omdat die normaal afketst tegen de atmosfeer. Zonder atmosfeer zou er ook geen luchtdruk zijn, waardoor je uit elkaar zou spatten. De atmosfeer drukt namelijk tegen je lichaam, en er is ook druk in je lichaam. Die duwen tegen elkaar, waardoor je niet ontploft. De zon wordt ook voor een deel tegengehouden door de atmosfeer. Als die er niet was, zou je bloed gaan koken en daarna verdampen. Zonder atmosfeer ga je dus dood. Als je ooit op een andere planeet komt, wat best kan, omdat er nu al gewerkt wordt aan speciale vliegtuigen om reisjes mee naar de ruimte te maken, en je ziet de zon, maar de lucht is verder zwart, dan moet je oppassen, want dat betekend dat er geen atmosfeer is.



De Planeten op een rij

Mercurius


Mercurius is een kleine planeet, maar niet zo klein als Pluto. Alle planeten hebben een teken. Dit is het teken van Mercurius. Hij is vernoemd naar de Romeinse god Mercurius, de god van de handel, reizigers en de winst. De zwaartekracht op Mercurius is best zwak, ongeveer half zo groot als op Aarde. De atmosfeer bestaat er uit helium, natrium en kalium. Wij zouden er dus niet kunnen leven, omdat wij zuurstof nodig hebben. Er is bijna geen luchtdruk. De temperatuur schommelt nogal: tussen de -180 graden en de +430 graden. Er is behoorlijk veel radioactieve straling op Mercurius. Er is geen wind. De Noord- en Zuidpool zijn bedekt met ijs. Waarschijnlijk is het geen bevroren water, maar zuur. De zon doet op Mercurius twee dingen die wij op aarde nooit zien. Hij wordt groter en kleiner en hij lijkt vooruit en achteruit te gaan. Vanaf de Aarde is de zon nogal saai. Hij komt aan de ene kant op en gaat aan de andere kant weer onder. In de zomer staat hij wat langer en hoger aan de hemel, maar verder zijn alle dagen hetzelfde. Op Mercurius is de zon veel leuker. Dit zou hij kunnen doen:

- De zon verschijnt aan de horizon.

- Hij klimt omhoog. Terwijl hij dat doet wordt hij groter.

- Als hij heel hoog staat, stopt hij en gaat de zelfde weg terug.

- Hij stopt weer en draait opzij.

- Terwijl hij dichter bij de horizon komt, wordt hij weer kleiner.

- Vlak voor hij ondergaat, komt hij toch weer op.

- Uiteindelijk gaat hij toch onder.

De meeste planeten draaien in een cirkel rond de zon. Maar de baan van Mercurius is niet rond. Hij is ovaal. Daarom staat Mercurius op sommige momenten dichter bij de zon. Als hij dicht bij de zon staat, ziet de zon er natuurlijk groter uit dan als hij ver van de zon staat. Op zijn grootst ziet de zon er ongeveer drie keer zo groot uit als op Aarde. De afstand van Mercurius tot de zon is 46 miljoen tot 70 miljoen kilometer. De zon lijkt achteruit te gaan omdat er op Mercurius maar anderhalve dag in een jaar gaan. De tijd die een planeet nodig heeft om rond de zon te draaien is een jaar, de tijd waarin hij om zijn as draait is een dag. Bij ons op Aarde duurt een dag dus 24 uur, en een jaar 365,25 dagen. In vier jaar is er dus een hele dag bijgekomen. Dat noemen we een schrikkeljaar. Mercurius doet er maar 88 van onze dagen over om om de zon te draaien, omdat zijn baan veel korter is dan die van de Aarde en omdat hij sneller gaat. Mercurius draait ook om zijn eigen as, maar veel langzamer dan de Aarde. Een keer ronddraaien duurt 59 van onze dagen. Een dag op Mercurius duurt voor ons dus twee maanden. Op Aarde is er elke dag een zonsopgang. Iedere dag draaien we een rondje en dan zien we de zon weer opkomen. Dat komt omdat de afstand van ons tot de zon altijd ongeveer hetzelfde is. Wat zou er gebeuren als de zon niet altijd op de zelfde afstand stond? Dan zou hij op sommige dagen niet opkomen en op andere dagen niet meer weggaan. Omdat Mercurius zo snel om de zon draait, is dat zo’n beetje wat daar gebeurt. Op Mercurius is er maar een keer per drie dagen een zonsopgang. Dat is dus een keer per twee Mercurius-jaar (of 176 dagen hier op aarde).

Als alle planeten op één lijn zouden staan, was het nu 50 miljoen kilometer naar de volgende planeet:

Venus

Venus is ongeveer net zo groot als de Aarde, hij is maar iets kleiner. De zwaartekracht is ook bijna net zo groot als op aarde. De atmosfeer is giftig, hij bestaat uit koolstofdioxide. Er zijn ook wolken op Venus, alleen is dat geen verdampt water, maar zwavelzuur. De luchtdruk is enorm: ongeveer 90 keer zo groot als op aarde. De temperatuur is altijd en overal hetzelfde: 459 graden. Dat komt door de atmosfeer. De koolstofdioxide daarin laat de warmte wel binnen, maar laat hem ook niet meer los. Bij ons op Aarde noemen we dat een broeikaseffect. Bij ons is het niet zo erg als op Venus, maar het gaat wel die kant op. We kunnen dus niet met het broeikaseffect leven, maar ook niet zonder. Zonder was het hier namelijk gemiddeld -18 graden. Radioactieve straling is er bijna niet. De zwavelzuurwolken waaien over de planeet met 360 kilometer per uur, maar dicht bij de grond is het windstil. Venus heeft een roze kleur. De naam Venus komt van de Romeinse godin van de liefde. Op Venus zijn ook twee vulkanen, Rhea en Theia. Die zijn veel groter dan de vulkanen op Aarde. We weten niet zeker of ze slapen. Het is erg moeilijk om op Venus te landen. Als de raket al niet oplost in de wolken van zuur, verbrandt hij waarschijnlijk als hij dichter bij de planeet komt. Omdat het er zo warm is, zou zelfs lood smelten. Toch zijn er sondes (onbemande ruimtevluchten) geland. De eerste was de Venera 4. Hij werd gelanceerd op 12 juni 1967. Vijf dagen later werd nog zo’n zelfde sonde gelanceerd, maar er was iets mis met de raketten, waardoor hij niet op Venus, maar alleen in een baan om de Aarde terechtkwam en nog een keer de gegevens van de Aarde onderzocht. Er zijn nog meer sondes geweest, maar die zijn minder bekend. De jaren op Venus duren 225 van onze dagen.. De meeste planeten draaien tegen de klok in. De Aarde draait een beetje scheef, hij lijkt wel wat op een rollende voetbal, maar Venus draait met de klok mee! Andersom dus. Hij draait om zijn as in 243 Aardse dagen. Dat betekent dus dat een dag op Venus langer duurt dan een jaar!

40 miljoen km staat de derde planeet:


Aarde

De oppervlakte van de Aarde bestaat voor driekwart uit water. De zwaartekracht is gemiddeld. Hij is groot genoeg om niet weg te zweven en niet zo groot dat je wordt platgedrukt. De luchtdruk is ook gemiddeld. Je spat niet uit elkaar en je wordt niet in elkaar gedrukt. De atmosfeer is een mengsel van stikstof en zuurstof. Ook de temperatuur is gemiddeld. Niet ontzettend koud en niet ontzettend heet. Er is nauwelijks radioactieve straling en wind ook bijna niet. Op Aarde is dus leven mogelijk. Maar waarschijnlijk is het niet de enige planeet. De kans dat wij de enige levende wezens in het heelal zijn is heel klein. De Aarde is waarschijnlijk wel de enige planeet in ons zonnestelsel waar leven voorkomt. Maar onze Aarde heeft dan ook iets wat heel belangrijk is en wat niet alle planeten hebben: Een magnetisch veld. Dat veld omringd de Aarde. Als er radioactieve straling op de Aarde afkomt, wordt het afgebogen door het veld. Op de zon zijn soms explosies. Ze zijn enorm, maar vergeleken met de zon zijn ze niet zo geweldig. Bij die explosies vuurt de zon een soort vlammen af. Die worden ook wel zonnewinden genoemd. Zo’n zonnewind doet er ongeveer 8 minuten over om de Aarde te bereiken. Ze worden voor het grootste deel afgeketst door het magnetische veld. Maar soms komt er na de gewone zonnewind ook nog een CSE. Dat is ook een zonnewind, maar dan veel en veel krachtiger. Hij is ook veel langzamer. Het kan wel 4 dagen duren voor hij aankomt, maar dan heb je ook echt een probleem. Er is er ooit een ingeslagen in Quebec in Canada. In 1989 sloeg zo’n CSE in. Dat veroorzaakte kortsluiting en daardoor zaten ze 9 uur zonder stroom. Als het bij een grote elektriciteitscentrale zou gebeuren, hebben we een groot probleem. Het zou dan maanden duren om alles weer op te bouwen. We zijn ontzettend van stroom afhankelijk. Zonder stroom zou er geen schoon water zijn, geen licht, geen verwarming, geen vervoer, dus ook geen eten. Als dat zou gebeuren zouden we onze electriciteit kunnen redden door het van te voren uit te zetten. Maar hoe voorspel je zo’n zonnewind? Een zonnewind is niet te voorspellen, maar misschien een CSE wel. Als een gewone wind aankomt, zouden ze na iets minder dan 4 dagen de electriciteit uit kunnen zetten tot het voorbij is. Misschien is dat een idee.

80 miljoen kilometer verderop staat de planeet Mars.

Mars

Mars is vernoemd naar de Romeinse oorlogsgod. Op Mars zijn veel rotsen en kraters. Er zijn grote bergen met diepe kloven. Op sommige plaatsen ligt ijs. Sommige stukken daarvan zijn bevroren koolstofdioxide. Er zijn ook enorme vulkanen. De grootste vulkaan is drie keer zo hoog als de Mount Everest en heet Olympus Mons. Waarschijnlijk zijn ze uitgewerkt. De zwaartekracht is zwak, iets kleiner dan de helft van die op Aarde. De atmosfeer bestaat vooral uit koolstofdioxide. De luchtdruk is enorm laag, het is ongeveer één procent van die op Aarde. Het is koud op Mars, de temperatuur schommelt van -130 tot -30 graden, maar in de zomer is het soms wel 17 graden. Er is maar een klein beetje ruimtestraling. Wind is er bijna niet, maar soms zijn er stofstormen. Mars wordt ook wel de rode planeet genoemd, omdat hij rood van kleur is. Van alle planeten lijken de dagen van Mars nog het meest op die van ons.Een Mars-jaar duurt 687 van onze dagen, ongeveer twee keer zo lang als een jaar bij ons. Een Mars-dag duurt 24 uur en 37 minuten. Net iets langer dan een dag bij ons. Een tijdje geleden werdt er een ontdekking gedaan op Mars.  Ongeveer 13.000 jaar geleden is er een meteoriet neergekomen bij ons op de zuidpool. De theorie is dat die meteoriet van Mars kwam. Er zaten kleine vormpjes in de meteoriet. Waarschijnlijk zijn dat fossielen van diertjes die al miljoenen jaren dood zijn. Waarschijnlijk waren het hele kleine plantjes. Honderd van die plantjes samen waren niet groter dan de dikte van een haar.

De manen van Mars

Mars heeft twee manen, Phobos en Deimos. Hun namen betekenen Schrik en Vrees. Zo heten ze omdat Mars vernoemd is naar de Romeinse oorlogsgod. Phobos en Deimos zijn allebei veel kleiner dan onze Maan. Hier is een tabel met de doorsnedes van de planeten.



Maan   Doorsnee
Onze maan 3500 km
Phobos    27 km
Deimos    15 km


Vanaf Mars zien Phobos en Deimos er niet groter uit dan een tennisbal op honderd meter afstand. Phobos heeft een nogal vreemde vorm, een beetje als een aardappel. Zijn baan ligt 6000 km van Mars af. Zijn baan is niet precies rond. Daardoor komt Phobos elke eeuw 1,8 meter dichter bij Mars. In 50 miljoen jaar zal hij daardoor waarschijnlijk op Mars knallen. Phobos werdt op 18 augustus 1877 ontdekt door Asaph Hall. Zes dagen daarvoor had hij Deimos ontdekt, die ook op een aardappel lijkt. Ik denk dat het eigenlijk planetoïden zijn, want Mars ligt wel vlak bij de Planetoïdengordel en normaal hebben manen niet zulke vreemde vormen. Deimos is de kleinste bekende maan in ons zonnestelstel. Als er een meteoriet op Deimos inslaat heeft hij niet genoeg zwaartekracht om de losgeslagen stukken terug te trekken. Daardoor zitten er veel kraters in Deimos. De meeste zijn niet veel groter dan 2,5 km.


wel 550 miljoen km verderop staat Jupiter. Maar halverwege ligt er iets in de weg. Dat is namelijk:

De Planetoïdengordel

Ik zal in het kort even iets uitleggen over de planetoïden. Het zijn duizenden brokken steen en metaal die tussen Mars en Jupiter rondzweven.
Op dit plaatje staat waar ze liggen.




Bron: Wikipedia

De meeste planetoïden draaien om hun as, net als planeten. Ze lijken erg veel op planeten. Sommige hebben zelfs mini-maantjes. De grote planetoïden zijn meestal rond, maar de kleine kunnen hele rare vormen hebben. Een daarvan, Eros, is een soort worst van 37 km lang.




Eros

Jupiter

Jupiter bestaat uit gas. Hij is enorm. Hij is 317 keer zo zwaar als de Aarde. De zwaartekracht is er ook veel en veel groter dan op Aarde. De atmosfeer bestaat uit waterstof en een beetje helium. De luchtdruk is ook heel groot. De temperatuur schommelt tussen de -125 graden en de +17 graden. Er is ook ontzettend veel radioactieve straling. Het gas waar Jupiter uit bestaat wordt binnenin zo hard samen geperst door de zwaartekracht dat het vloeibaar wordt. Helemaal in het midden zit zelfs metaal. Dat metaal bestaat uit waterstof. Op Aarde moet waterstof kouder zijn dan -259 graden om een vaste stof te worden. Op Jupiter is niet zo'n lage temperatuur nodig, omdat de uchtdruk er zo laag is. Op Jupiter is een grote rode vlek. Het is een stofstorm van duizenden kilometers groot. Het onweert ook soms op Jupiter. De bliksemschichten zijn heel groot en de donder is ontzettend hard. De wolken zijn er ook erg mooi, omdat er ammoniak (dat zit in schoonmaakmiddel) in de atmosfeer zit.

Persoonlijke instellingen