Spanje - Jelle

Uit Lorentz

Ga naar: navigatie, zoeken


Spaanse vlag



Spaanse kust Tapas


Jelle van Hooff
Lorentzschool
Groep 8a
4 juni 2009

Inhoud

Voorwoord

Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik er een keer naar toe wil en ik wilde er iets meer over weten bijv.:
Hoe het zit met de gezondheidzorg?
Waar bestaat de economie uit ?
Wat voor klimaat heerst er ?
Welke gebergtes komen er voor enz..
In dit werkstuk probeer ik hier antwoord op te vinden.
In mijn vorige werkstuk ik had mijn eigen mening er niet in gezet. Hier zal ik het bij een aantal stukjes wel doen.

















Hoofdstuk.1


Algemeen

Feiten en basisgegevens


Officiële naam Rieno de Espana
Oppervlakte 504.750 km2 (12 keer Nederland)
bevolking 40.752.000 inwoners
BNP (per hoofd) US $ 23.627
munteenheid Dat was peseta sinds 2002 is het de Euro €
hoofdstad Madrid
vlag


Taal Spaans
Regeringsvorm Constitutionele monarchie
volkslied Marcha Real
Nationale feestdag 12 oktober
Religie Rooms-Katholiek




Hoofdstuk. 2


Geografie


Spanje is een land in het zuiden van Europa.
Het landschap bestaat voornamelijk uit plateaus zoals de Spaanse hoogvlakte, en gebergten zoals de Pyreneeën en de Siërra Nevada.


De belangrijkste rivieren van Spanje zijn : de Tajo, de Ebro,de Duero, Guadiana en de Guadalquivir.
In het oosten en zuiden grenst Spanje aan de Middellandse Zee in het westen aan Portugal in het noorden aan Frankrijk en de Golf van Biskaje.

2.1 Klimaat.

Het Spaanse klimaat bestaat niet.
Er zijn gebieden met droge hete zomers,maar ook met strenge koude winters.
En als het in de winter aan de kust van Galiciё waait en regent, kan het in zuiden aan de kust van de Middellandse Zee en op eilanden lekker warm zijn.
Madrid ligt midden in het binnenland, ver van de kust en heeft dus een landklimaat. Hier zei je hoe warm of koud het kan zijn.

Temperatuur in Madrid
Temperatuur Maximaal Minimaal Maximaal Minimaal
Januari 8.5 1.4 Juli 31.3 17.5
Februari 11 2.1 Augustus 30.1 17.2
Maart 14.8 5.2 September 25.5 14.2
April 18.3 7.1 Oktober 18.6 9.5
Mei 21.4 10.2 November 12.8 5.2
Juni 26.8 14.5 December 10.4 1.7

De zuidoostkust van de middellandse zee heeft een mediterraan klimaat.
De zuidkust van de middellandse zeen heeft een subtropisch klimaat.
De Pyreneeën hebben een gematigd klimaat of het hooggebergteklimaat.
De noord Atlantische kust heeft een zeeklimaat.
De Canarische eilanden hebben een subtropisch klimaat.

2.2 Gebergtes

De zes grootste gebergtes van Spanje zijn de Pyreneeën de Betische Cordillera de Sierra Neveda
het Kastiliaans scheidingsgebergte het Cantrabrisch gebergte en het Iberisch Randgebergte.


Pyreneeën

De hoogste bergen van Spanje zijn de 3407 meter hoge Pico de Aneto in centraal Spanje en de 2648meter hoge Picos de Europa in het westen. In de Sierra Neveda staat de Mulhacen de berg is met 3482 meter de hoogste bergvan het Spaanse vasteland.
De hoogste berg van heel Spanje is de Pico del Teide op het Canarisch eiland Tenerife.

2.3 Nationale parken


• Nationaal park Aigüestortes i Estany de Sant Maurici (Catalonië)
• Nationaal park Archipiélago de Cabrera (Balearen)
• Nationaal park Cabañeros (Castilla-La Mancha)
• Nationaal park Cabrera-archipel (Parque Nacional del Archipiélago de Cabrera)
• Nationaal park Caldera de Taburiente (Canarische Eilanden)
• Nationaal park Doñana (Andalusië)
Nationaal park Doñana
• Nationaal park Garajonay (Canarische Eilanden)
• Nationaal park Islas Atlánticas de Galicia (Galicië)
• Nationaal park Monfraguë (Extremadura)
• Nationaal park Ordesa y Monte Perdido (Aragón)
• Nationaal park Picos de Europa (Asturië, Castilla-León en Cantabrië)
• Nationaal park Sierra Nevada (Andalusië)
• Nationaal park Tablas de Daimiel (Castilla-La Mancha)
• Nationaal park Teide (Canarische Eilanden)
• Nationaal park Timanfaya (Canarische Eilanden)



Hoofdstuk 3.

Demografie


Aan het begin van de 20e eeuw had Spanje ongeveer 20 miljoen inwoners.
In 2008 is het inwonertal ruim verdubbeld tot 46.063.511.
In vergelijking met andere Europese landen heeft Spanje weinig inwoners en is het dus dun bevolkt. Per km2 wonen 86 mensen en de bevolking is zeer ongelijkmatig verdeeld dus in sommige delen van het land wonen meer mensen dan in andere delen van het land.
De dichtstbevolkte gebieden vind je aan de verschillende kusten en in de regio van Madrid.
Spanje heeft te maken met een sterk afnemende bevolkingsgroei. Volgens de schattingen zal het aantal inwoners de komende tien jaar flink gaan dalen. Een aantal lastige sociale zaken speelt daarbij een rol.
Jonge mensen kiezen steeds meer voor kleinere gezinnen en zijn een goed betaalde baan en een hogere levensstandaard steeds belangrijker te vinden.


3.1 Immigratie


Spanje heeft op dit moment het grootste aantal immigranten van Europa.
Maar liefst 38,6 van de totale immigratie richting de Europese Unie in 2005 vestigde zich in Spanje. Het merendeel van de immigranten komt uit Zuid-Amerika, Afrika, Oost Europa en ook uit West Europese landen.
Met sommige van de nieuwe bevolkingsgroepen zijn er wat problemen ontstaan met de integratie, maar het hoge aantal immigranten heeft wel gezorgd voor een deel van de economische groei.




Bevolkingsgroep in Spanje %
Casilianen 72 %
Catalaans 18 %
Galiciёrs 6 %
Basken 2 %
Zigeuners 1 %


3.2 Steden en agglomeraties.


Bevolkingsdichtheid 2005.

In de lijst hieronder staan de inwonertallen van de grootste steden en agglomeraties in Spanje in 2005 gemeten.

Rang Naam Inwoners 2005 Agglomeratie Autonome regio
1 Madrid
3.228.359 6.095.439 Comunidad de Madrid
2 Barcelona
1.593.075 5.239.927 Catalonië
3 Valencia
807.396 1.832.274 Comunidad Valenciana
4 Sevilla
704.514 1.317.098 Andalusië
5 Zaragoza
660.895 683.783 Aragón
6 Málaga
558.287 1.074.057 Andalusië
7 Murcia
424.362 563.272 Regio van Murcia
8 Las Palmas
378.628 616.903 Canarische Eilanden
9 Palma de Mallorca
375.776 474.035 Balearen
10 Bilbao
354.168 947.581 Baskenland
11 Córdoba
321.165 351.584 Andalusië
12 Valladolid
321.005 383.894 Castilië en León
13 Alicante
319.380 710.448 (met Elche) Comunidad Valenciana
14 Vigo
293.725 423.821 Galicië
15 Gijón
273.931 855.159 (met Oviedo) Asturië


3.3 Talen

De taal die in het Nederlands Spaans wordt genoemd kan je in twee woorden gebruiken: español (Spaans) of castellano (Castiliaans).
Allebei de talen worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in Andalusië zeggen ze vooral españolin Cataloniё bijna nooit), maar het betekent hetzelfde.
Het pure Spaans wordt volgens vele Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid



De talen van Spanje
██ Castiliaans (Spaans)
██ Catalaans
██ Baskisch
██ Asturisch
██ Galicisch
██ Aragonees
██ Aranees (dialect van het Occitaans)


De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen vaak voor grote verwarring in het buitenland, waar de mensen het vaak hebben over dialecten.
Het gaat echter om in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.


Taal %
Castiliaans 74 %
Catalaans 17 %
Galicisch 7 %
Baskisch 2 %

Hier een sectordiagram van de talen:






Hoofdstuk. 4


Geschiedenis

Tijdsbalk.

N oudheid het visgotische rijk Het Moorse Spanje en Reconquista en de katholieke koningen De Habsburgers Bourbons
200 voor Chr. 415 na Chr. 711 1504 1700

N Revolutie en restauratie Dictatuur, tweede republiek en burgeroorlog Het Spanje van Franco Monarchie en democratie.
868 1923 1939 1975

4.1 de oudheid.

In Spanje zijn stukjes bot gevonden die bewijzen dat er 780.000 jaar geleden al mensen leefden.
Doordat de “vrouw van Gibraltar” (een schedel van 50.000 jaar voor Christus) opgegraven werd, wist men dat er Neanderthalers in Spanje gewoond hebben. Door grotschilderijen weten we dat deze mensen op mammoeten, bizons en rendieren jaagden.


Ook vond men versierd aardewerk en beeldjes waardoor men de geschiedenis van Spanje kent. Zelfs in die tijd (1600 voor Christus) was er al handel met andere landen. Vanuit Italië kwam het gebruik van koper, het maken van zilveren sieraden van Egypte.
Rond 200 voor Christus werd Spanje veroverd door de Romeinen. Keizer Augustus verdeelde het schiereiland in drie gebieden die door de mijnbouw erg rijk werden. In de derde eeuw ging de welvaart (rijkdom) achteruit doordat het land steeds aangevallen werd.


4.2 het Visigotische rijk (415- 711)

Begin vijfde eeuw was het Romeinse rijk zo zwak geworden dat Germaanse stammen (Vandalen, Alanen en Sueven ) Spanje binnendrongen en er gingen wonen. In 415 veroverde de Visigotische koning Athaulf Catatonie. 50 jaar daarna was heel Spanje verovert door gotische veroveraars.
De katholieke godsdienst bleef ook al hadden de Visigoten een andere godsdienst. Rond 700 werden een aantal Visigoten katholiek waardoor het verschil tussen bezetters (Visigoten) en bevolking weg was. Er veranderde weinig. De gewone mensen werden nog steeds uitgebuit door de kerk en de adel.



4.3 Het Moorse Spanje en Reconquista en de katholieke koningen (711-1504)

Bij ruzies bij de Visigoten werd in 711 de Moorse veldheer Tarik te hulp geroepen. Binnen tien jaar waren de Moren de baas in heel Spanje. Hierdoor verbeterde de toestand van de lagere bevolkingsgroepen.
Islamieten, christenen en Joden leefden zonder ruzie met elkaar. Het land werd erg rijk. Toch waren er kleine christelijke staatjes die het Moorse rijk bedreigden.
In 1002 was de Reconquista (herovering). Het christelijke Spanje werd weer uitgebreid.
Er ontstonden twee gebieden Castilië en Granada (Moren).
Door het huwelijk van katholieke koningen (Ferdinand en Isabella) werd Spanje weer een land. Koningschap en kerk hadden duidelijke afspraken over het afkeuren van andere kerkelijke en politieke ideeën.
In 1492 werden 150.000 Joden uit Spanje weggejaagd, omdat ze geen christenen wilden worden. Hetzelfde jaar ontdekte Columbus (voor Spanje) Amerika.



4.4 De Habsburgers (1504-1700)

Na de dood van Ferdinand en Isabella kwam Karel de eerste aan de macht.
Karel de eerste.

Hij werd in 1519 Keizer van het Duitse Rijk. Door de ontdekking van Amerika werd Spanje het centrum van het eerste echte wereldrijk. Het land bleef betrokken bij godsdienstoorlogen en door de vele Italiaanse bezittingen kon Spanje zich verdedigen tegen de Turken.
Toen Filips de tweede aan de macht kwam moest Spanje politieke macht inleveren. Hij veroverde Portugal maar door de strijd in de Nederlanden, oorlogen tegen de turken en Engeland verzwakte zijn macht. De vele oorlogen binnen en buiten Spanje zorgden ondanks de rijkdommen uit Amerika voor geldnood.
Tijdens de regering van Filips de derde werden zo’n 800.000 mensen uit Spanje verdreven, wat zeer slecht was voor de landbouw, nijverheid en de welvaart.
Ook onder Filips de vierde en Karel de tweede verslechterde de situatie van de mensen in Spanje. De mensen in Spanje werden in hun eigen land uitgebuit waardoor ze in opstand kwamen. In 1640 werd Portugal weer een eigen land. Spanje was door al zijn verliezen geen grootmacht meer.

4.5 Bourbons (1700-1868)

In 1700 werd Filips de vijfde van Bourbon koning van Spanje. Spanje verloor weer veel grondgebied (Italiaans, Gibraltar, Zuidelijk Nederlanden).
Door zijn huwelijk met Elisabeth van Parma kreeg Spanje wel weer Napels, Sicilië en Parma (Italië).

Onder Karel de derde kreeg het volk vrijheid en geld. Karel de vierde zorgde weer voor slechtere tijden doordat hij nieuwe oorlogen met bijv. Engeland begon.
In 1808 kan Napoleon (Frankrijk) na enkele oorlogen tijdens de Franse Revolutie de macht over Karel de vierde.
Na een volksopstand werd de broer van Napoleon, Jozef Bonaparte koning van Spanje. De hele negentiende eeuw waren er opstanden en oorlogen.
Spanje raakte veel koloniën kwijt. Alleen Puerto Rico, Cuba en de Filippijnen bleven over.




4.6 Revolutie en restauratie (1868-1923)

In 1870 kwam er een nieuwe koning, Amadeus van Aosta (Italiaan). In 1873 trad hij af. De eerste republiek volgde voor een jaar. Er ontstonden grote problemen voor het agrarische Andalusië en het industriële Catalonië. Er volgt een militaire staatsgreep. Koning Alfons de zevende kwam op de troon.
De periode van 1874 tot 1923 bestaat bekend als de restauratie.
In 1890 kwam het algemeen stemrecht, meer vrijheid. Deze vrijheden stelden in praktijk nogal weinig voor. Spanje kwam door allerlei martelingen in een negatief daglicht te staan. In de Eerste Wereldoorlog bleef Spanje neutraal (bemoeide zich er niet mee). Wel verdiende Spanje geld aan de oorlog.
In 1923 verloor het Spaanse leger een gevecht met Marokko. Generaal Primo probeerde in Spanje aan de macht te komen.


4.7 Dictatuur, tweede republiek en burgeroorlog (1923-1939)

Generaal Primo zorgde voor de dictatuur ( Alfons de achtste) : alleenheerser in Spanje vanaf 1923.
Alle vrijheden voor het volk waren voorbij. De bevolking werd steeds bozer omdat ze niets zelf konden beslissen. Daarom trad Primo in 1930 af en werd bij opgevolgd door generaal Berequer.
In 1931 verliet Alfons de achtste Spanje omdat hij in de gaten kreeg dat het volk het niet langer meer wilde. De tweede republiek duurde tot 1939. Er kwam een president. Er kwamen afspraken tussen kerk en staat. Politiek wordt niet meer door de kerk geregeld.
Verschillen in het land zorgde voor een burgeroorlog.
Deze oorlog was een overwinning voor Franco (leider van de rebellen)
Tijdens deze oorlog werden honderdduizenden mensen mishandeld, gedood of gevangen gezet.


4.8. Het Spanje van Franco (1939-1975)

Franco was een alleenheerser, die gesteund werd door de toegestane politieke partij, het leger en de kerk. Het doel van Franco was het herleven van het katholieke Spanje. Dit gebeurde niet altijd zachtzinnig. Het veroorzaakte armoede, honger en ellende.
In de Tweede Wereldoorlog steunde Franco Duitsland. Na 1945 wilden maar weinig landen iets van Spanje weten. In 1955 dit veranderde toen Spanje lid werd van de Verenigde Naties.
Het weer wat beter met Spanje in 1953 ging.
In 1969 werd de kleinzoon van Alfons de achtste, Juan Carlos de Bourbon door Franco aangewezen als zijn opvolger.
In de jaren zestig veranderde de Spaanse samenleving doordat er geld van het buitenland kwam. De industrie nam toe, de economie groeide voorspoedig.
Toch zullen er nog veel aanslagen door de ETA (bevrijdingsbeweging) volgen.

Ik vind dat er geen dictatuur moet zijn want dat veroorzaakt ellende.




4.9. Monarchie en democratie.

Op 22 november 1975 werd Juan Carlos koning van Spanje. In 1977 werden er vrije verkiezingen gehouden, die gewonnen werd door een democratische partij (Unie van het democratische Centrum)
De nieuwe grondwet volgde in 1928.










Hoofdstuk. 5

Politiek

5.1 Politieke partijen

Er zijn in Spanje drie politieke partijen op nationaal niveau en heel veel regionale partijen. Nationale partijen zijn de centrumlinkse PSOE (Partido Socialista Obrero Español), de centrumrechtse PP (Partido Popular) en de communistische coalitiepartij IU (Izquierda Unida). De drie belangrijkste regionale partijen zijn de centrumrechtse Catalaanse partij CiU (Convergencia i Unio), de centrumrechtse Baskische Partij (PNV) en de separatistische Baskische partij HB (Herri Batasuna), die banden onderhoudt met de terroristische groepering ETA (Euskadi ta Askatasuna). De politieke geloofwaardigheid van HB en ETA is ook onder de Baskische bevolking aanzienlijk afgenomen, omdat het Baskische parlement inmiddels verregaande autonomie heeft verworven ten opzichte van de centrale regering in Madrid. De HB is sinds maart 2003 door goedkeuring van de nieuwe wet op politieke partijen onwettig verklaard.

5.2 Spaanse Premier
José Luis Rodríguez Zapatero (4 augustus 1960, Valladolid) is een socialistisch Spaans politicus. Op 14 maart 2004 werd hij als lijsttrekker van de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) gekozen tot premier van Spanje. Rodríguez Zapatero komt uit een familie van linkse politici. In 1982 was hij hoofd van de socialistische jongerenorganisatie in León. In 1986 werd hij gekozen als jongste parlementslid. In 1988 werd hij hoofd van de socialistische partij in León, en in 1997 drong hij door tot het partijbestuur.

Na de tweede overwinning van José María Aznar in 2000 werd Rodríguez Zapatero gekozen als nieuwe partijleider. Hij vertegenwoordigde een progressieve groep binnen de partij, Nueva Vía, die geïnspireerd werd door Tony Blair. Zapatero kwam in de peilingen echter pas voorbij Aznars Partido Popular na de Bomaanslagen in Madrid van 11 maart 2004. Toen bekend werd dat al Qaida waarschijnlijk achter de aanslagen zat won de PSOE de verkiezingen. Rodríguez Zapatero verklaarde dat de PSOE terrorisme hard aan zou pakken. Hij hield zich echter wel aan zijn verkiezingsbelofte van terugtrekking van de Spaanse troepen uit Irak.



Hoofdstuk. 6


Economie

6.1 Landbouw





Honderd jaar geleden werkten de meeste mensen op een klein boerenbedrijf, waar ze voedsel voor zichzelf en de bevolking maakten, of op een grote boerderij van een rijke man.
Tegenwoordig is nog maar 3,6 % van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw.
Ongeveer 67,8 % werkt in de dienstsector, voornamelijk in de grote en kleine steden, en bijna 28,6 % in industrie.





beroep %
landbouw 3,6 %
dienstsector 67,8 %
industrie 28,6 %


Mensen die in de landbouw werken doen dat meestal op grote bedrijven die veel efficiënter gerund worden dan vroeger.
Veel producten worden verbouwd voor de export.
In veel supermarkten kun je meloenen aubergines tomaten courgettes sla aardbeien en paprika’s uit Spanje kopen.
Groenten,fruit en bloemen worden vaak onder plastic geteeld, om ze te beschermen tegen slecht weer en ze optimaal te laten profiteren van het licht en de warmte van de zon.
Ook is een voordeel dat deze producten het hele jaar door geoogst en geteeld kunnen worden.

Spanje kent verschillende klimaatzones met allemaal hun eigen vruchten en groenten.
Langs de zonnige warme zuidkust worden veel olijven druiven vijgen en citrusvruchten geteeld.
Spanje is werelds grootste producent van olijfolie.
Een groot deel hiervan komt uit de Andalusische provincie Jaén .
In deze streek zijn ook veel groentekwekerijen waar tomaten paprika’s en aubergines gekweekt worden.
In het droge binnenland worden veel granen verbouwd als tarwe en gerst.
In nattere streken in het oosten van het land in het deltagebied van de Ebro bij Valencia bijv. wordt rijst verbouwd.

Voornaamste gewassen in 2002 in tonnen

Gewas Tarwe Olijven Tomaten Druiven
Aantal 6800 4200 3900 5900


6.2 wijnproductie

Spanje is een van de grootste wijnproducenten ter wereld.
In 2000 maakte het meer dan 41 miljoen hectoliter.
In geen enkel ander land wordt zo’n groot gedeelte van de landbouw gebruikt voor druiventeelt.
Wijn is een belangrijk exportproduct, maar de Spanjaarden drinken het zelf ook graag. De Rioja in het noordoosten van het land, is een van de bekendste wijnstreken van Spanje. In Galiciё en Baskenland wordt vooral witte wijn geproduceerd. In Cataloniё wordt veel mousserende wijn geproduceerd.
Duizenden jaren geleden plantten de Grieken overal langs de Spaanse zuidkust wijnstokken. Daar worden nu nog steeds druiven verbouwd.
Spanje produceert nu per jaar ongeveer 35 miljoen hectoliter wijn.




Wijnproductie in miljoen hectoliter
Jaartal 1986 1996 1997 1998 1999 2000
Liter 37 32 33,5 31 34 41




6.3 toerisme

De meeste toeristen die Spanje bezoeken komen uit Europese landen zoals Frankrijk, Duitsland, Nederland, België, Engeland, Zweden en Noorwegen.
Het toerisme is goed voor 8% van het inkomen voor het land, en ongeveer 15% van de Spaanse beroepsbevolking werkt met toerisme.
Voor de Spaanse economie is het dus heel belangrijk dat er veel toeristen naar Spanje komen.


jaar Aantal toeristen
2000 47.800.000
2001 49.500.000
2002 48.700.000



6.4 Industrie

In Spanje bestaat de industrie uit energie opwekken.
Staalproductie de bouwindustrie en transport.

spoorwegen 14.189 km
wegen 663.795 km (waarvan 10.317 km autoweg)
waterwegen 1.045 km
pijpleidingen Gas : 7290 km
Olie : 730 km

Energiebron %
Fossiele brandstof 50,4 %
kernenergie 27,2 %
waterkracht 18,2 %
overige 4,2 %



hier nog een plaatje van hoe de Spaanse munten eruit zien.

Dit was de peseta
Hoofdstuk.7


Sociaal cultureel

1. Siësta

in Spanje wordt ’s middags siësta gehouden vooral in de zomer.
De siësta is in heel Spanje tussen 14.00 en 17.00 uur maar dat verschilt soms plaatselijk. Tijdens de siësta zijn veel winkels dicht. De tijd wordt meestal gebruikt om te eten slapen of rusten.
De normale werktijden zijn daar dus ook heel anders ze werken van 10.00 tot 14.00 en van 16.00/17.00 tot 20.00/21.00 uur.
Het wel of niet sluiten van winkels hangt af van het deel van Spanje het om gaat, in centrum van de grote steden zijn de winkels zes dagen per week open van 10.00 tot 21.00 uur.
In 2005 werd het voorstel gedaan om de siësta af te schaffen.

2. Spaanse keuken

De Spanjaarden zijn trots op hun keuken.
Ze gebruiken de vruchten, groenten, vissoorten en vleesproducten in regionale gerechten die samen gaan met de lekkerste wijnen en drankjes als sherry uit Zuid Spanje.
In het noorden wordt veel vis uit de Atlantische oceaan gebruikt in gerechten als txangurro relleno, dat wordt gemaakt van spinkrab.
Ook inktvis, sint-jakobsschelpen, mosselen en garnalen worden er veel gegeten.
Van de melk van het vee worden zuivelproducten als kaas gemaakt.
Een bekend gerecht is ook gazpacho het is een gerecht uit het zuiden van Spanje.
Het is een koude soep van knoflook, pepers, komkommer en tomaten.

hier een plaatje van gazpacho

Een ander bekend gerecht is paella, het wordt gemaakt van kip, ui, tenen knoflook, rode paprika, tomaten, rijst en mosselen.
paella

Tapas is ook een Spaans gerecht.
Tapas bestaat uit verschillende hapjes bijv. met groente vis kip en vlees.
Op de voorkant staat een plaatje.


3. Hoe herken een Spanjaard?

Hij is stoer, mannelijk en een beetje arrogant. De Spanjaard vindt zichzelf de beste lover van de hele wereld en barst van het zelfvertrouwen. Zijn openingszinnen zijn zo mooi dat hij ze onmogelijk zelf bedacht kan hebben .
Hij spreekt alleen geen woord Engels. (en dat vindt hij ook niet nodig).

4. Stierengevechten

Bij een feest in Spanje hoort meestal een stieren gevecht.
Dat is meestal om 5 uur 's middags.
Als er een stieren gevecht is kan je 3 soorten plaatsen krijgen.
1 met schaduw, 1 met zon en 1 met allebei.
(Die met schaduw kost het meest)
Een stierengevecht duurt zeker 2 uur, het is verdeelt in 6 keer 20 minuten, iedere matador vecht 2x,
om de 20 minuten wordt een stier gedood.
Ik vind dat het niet moet kunnen, want het is toch zielig voor de stier omdat er om de 20 minuten één sterft door een stieren gevecht.

6 per compleet gevecht.
De las Ventas is de grootste arena met 23.000 plaatsen, het ligt in Madrid.
stadion las ventas.
Het mooiste stadion ligt in Ronda in Andalusie, het stadion is in de 19de eeuw gebouwd.
Eerst vochten de matadors op een paard maar Romero vocht voor de eerste keer te voet.
Eerst waren stierengevechten heel populair, maar nu is dat niet meer zo.
Minder dan een derde deel van Spanje vindt het stierengevecht nog leuk.
Per half jaar gaat er bijna altijd een matador dood door een stier.
In Barcelona staat een mooi vechtersmuseum.
Met schedels van bekende stieren .
Maar er hangen ook posters van stieren.
Er is ook een antistierenvechten comité die zetten zich in tegen stierengevechten en dorpsfeesten met stieren.



5. bezienswaardighedencultuur

Er zijn heel veel mooie gebouwen in Spanje ik zal er een paar opnoemen:
een van de beroemdste gebouwen is la sagrada familia.
Het gebouw is ontworpen door Gaudi.


Het Parc de la Ciutadella staan ook werken van Gaudi.
Het Parc de la Ciutadella

FINCA GÜELL
Naam Finca Güell
Bouwperiode: 1884-1887

Nadat het huis van El Capricho in Comillas (1883-1885) gebouwd was kreeg Gaudí van zijn vriend Eusebi Güell de opdracht om de stallen en bijgebouwen voor zijn landgoed te bouwen. Jammer genoeg is een groot deel van het vroegere landgoed er tegenwoordig niet meer. De Güells gaven het weg aan de Koninklijke familie en delen werden gebruikt om nieuwe wegen aan te leggen, onder andere de bekende Diagonal.

PALAU GÜELL






Ook Gaudí's volgende opdracht was er één van Eusebi Güell: een stadspaleis nabij de Ramblas. Het paleis dat vanaf de straat nogal sober oogt herbergt een fantastisch interieur en heeft een sprookjesachtige tuin op het dak. Sinds 1984 staat dit paleis al op de Unesco werelderfgoedlijst.
Hij heeft ook nog andere dingen ontworpen zoals:
Casa figeures, Casa calvet, Plaça reial .









Hoofdstuk 8.

Religie


De meest voorkomende godsdienst in Spanje zijn rooms katholieken.
Religie In procent %
katholiek 94 %
overig 6 %

Het gezin en de kerk spelen nog steeds een belangrijke rol.
Veel feestdagen hebben te maken met de katholieke kalender.
Niet alleen kerstmis en Pasen, maar ook Driekoningen (6 jan.) Maria-Hemelvaart (15 aug.) Allerheiligen (1 nov.) en onbevlekte Ontvangenis (8 dec. ) zijn officiële feestdagen. Moslims en joodse gelovigen vormen in Spanje minderheden. Vroeger hebben de christenen, moslims en joden een lange tijd goed met elkaar geleefd. , , maar er is ook een tijd geweest dat de moslims en joden fel werden vervolgd. De eerste joden kwamen in de tijd van het oude Griekenland naar Spanje. Ze kregen veel invloed in de zuidelijke steden Toledo, Cordoba en Sevilla. Je vind er nog steeds sporen van joodse verleden.
Kathedraal van Segovia.
Hoofdstuk 9.
Onderwijs
De leerplicht voor kinderen in Spanje is van 6 tot 16 jaar. Het onderwijs wordt door de overheid uit belastinggelden betaald en geregeld vanuit het ministerie van onderwijs, cultuur en sport.
BNP Aantal % naar onderwijs
100 % 5,5 %

Nu wordt er ongeveer 5,5 % van het BNP aan onderwijs besteed. Ongeveer 70 % van alle drie tot vijfjarigen gaat naar de kleuterschool. Dat is meer dan in enig ander Europees land. Er zijn meer dan 16000 kleuterscholen waar samen meer dan 250000 mensen werk hebben. Er zijn meer dan 13000 basisscholen en met alles bij elkaar 138000 leraren voor 2,5 miljoen leerlingen. De kinderen gaan op hun 12de naar de middelbare school waarvan er meer dan 8000 zijn met 270000 leraren voor 3 miljoen leerlingen.

Hoofdstuk 10.


Medisch

10.1 gezondheidszorg

Nadat Spanje toegetreden was tot de EU in 1986 heeft de gezondheidszorg een grote ontwikkeling doorgemaakt van een sector met veel te weinig financiële middelen naar een sector waar door de overheid veel geld in is gestopt om goede gratis zorg te kunnen verlenen. Toch zijn er altijd meer dan 6 miljoen mensen particulier verzekerd. De gezondheidszorg wordt betaald met belastinggelden en kost jaarlijks ong. 7% van het BNP.
Elke stad heeft in ieder geval een ziekenhuis of kliniek in Spanje zijn er ongeveer 12000 tandartsen en 800 ziekenhuizen 164000 artsen 172000 verpleegkundigen.
Elke onafhankelijke regio heeft een eigen gezondheidszorg en krijgt daarvoor geld van de nationale overheid.

10.2 Verzorgingstehuizen

Vroeger zorgden voor hun oude ouders en het was gewoon dat hun opa en oma bij hen thuis woonden. Dat gebeurt nog steeds wel, want in Spanje wonen er minder mensen alleen dan in andere landen van Europa, maar langzaam veranderd dat ook wel.

Kindersterftecijfer.

Jaartal 1960 1970 1980 1990 2000 2001
Aantal kinderen 58 34 17 9 8 7



Er zijn verzorgingstehuizen gekomen voor ouderen, met in totaal een ¼ miljoen bedden. De verzorging van ouderen in Spanje begint ook steeds meer op die van de rest van Europa.
Steeds meer ouderen worden niet meer verzorgd door hun kinderen maar gaan naar een verzorgingstehuis.



Verzorgingstehuis in Cadiz

Ik vind dat de gezondheidszorg is goed is vooruit gegaan.





10.3 gezondheidszorg onder druk.

Mensen leven gemiddeld langer en het aantal ouderen neemt sterk toe


Levensvewachting.
Leeftijd 69 72 76 77 78 78
Jaartal 1960 1970 1980 1990 2000 2001


Oude mensen hebben meer verzorging nodig waardoor de druk op de gezondheidszorg toeneemt.
Er zijn veel verbeteringen aangebracht in de gezondheidzorg. Bijvoorbeeld dat de ambulances zijn voorzien van de modernste apparatuur. Van alle landen in Europa heeft Spanje de meeste aidspatiënten en de ziekte behandelen kost veel geld. Er is bovendien een nieuwe wetgeving die bepaald dat gastarbeiders uit Noord-Afrika en Oost- Europa ook recht op gezondheidzorg hebben. Ook toeristen die op vakantie ziek worden hebben allemaal recht op gezondheidzorg en dat kost allemaal geld.




Bibliografie

1. Spanje
Reisgids voor de jeugd
Schrijfster: Alyette Barbier
Illustrator: bernard Chabrol
ANWB media 1998

2. landen van de wereld Spanje
Neil Champion
Etten-Leur
2007

3. zuid Europa oog op de wereld
Schrijver Daniel Bernard
Illustrator William Fraschini
Readers digest Amsterdam 2001


Ik heb ook verschillende internet sites gebruikt.










Nawoord

Ik heb veel van dit werkstuk geleerd. Op de vragen die ik in het voorwoord gesteld heb, heb ik antwoord op gevonden.
In mijn agenda heb ik een planning gemaakt, eerst lukte dat niet want ik moest tussendoor ook nog tennissen en voetballen. Later ging het beter, ik heb in de weekenden er ook veel aan gewerkt.

Ik heb boeken uit de bibliotheek gehaald en op het internet heb ik informatie gezocht. Deze informatie heb ik zo veel mogelijk in mijn eigen woorden verteld.
Het steeds opslaan ging goed. In mijn vorige werkstuk ben ik dat één keer vergeten, ik moest toen weer op nieuw beginnen.
Ik heb alles zelf gedaan.

Thuis was er soms nogal iets fout met de computer waardoor ik er dan niet aan kon werken. Dat was wel heel erg stom, want daarom moest ik soms erg hard door werken.

Alle punten die jij de vorige keer had opgeschreven heb ik nu verbeterd.

Uiteindelijk heb ik er met veel plezier aan gewerkt.



Woordenlijst

1. werelderfgoedlijst : De `Werelderfgoedlijst` is een lijst met
Werelderfgoed samengesteld door de Commissie
voor het Werelderfgoed van de UNESCO.

2. matadors : iemand die met stieren vecht.


3. immigranten : Mensen die zich vanuit andere landen naar ander land
zijn komen


4. belastinggelden : vorm van belastinggeld.

5. agglomeraties : kleine plaatsjes rondom de stad.

Persoonlijke instellingen