Ties-Spanje

Uit Lorentz

Ga naar: navigatie, zoeken



Inhoud

Spanje

Inleiding

 Ik hou mijn werkstuk over Spanje omdat ik nog niet zoveel van Spanje weet en het onderwerp leuk lijkt.


Spaanse vlag.jpg(Spaanse vlag)


Ik wil ook veel vragen beantwoorden. Bijv. : waar ligt Spanje en hoe gaat het met de economie van Spanje. Spanje is in het Spaans: Espana. Het is in 300 v. Chr. gesticht. Het is ongeveer 505.955 vierkante kilometer. bijna 13 keer zo groot als Nederland. De meesten wone langs de kust of in de grote steden zoals Madrid en Barcelona. Hun taal is Spaans. Sinds 2002 betaald Spanje ook met de euro. Eerst hadden ze Peseta.Peseta.png 90% van Spanje is Rooms Katholiek. De andere 10% is Moslim of Protestant. De hoofdstad van Spanje is Madrid. Het ligt in het midden van het land.

Es-kaart.png(kaart Spanje)

Een eerste kennismaking met Spanje.

 

Spanje ligt in het zuidwesten van Europa. Samen met Portugal vormt Spanje een Iberisch schiereiland. In het noordoosten grenst Spanje met Andorra en over de Pyreneeen grenst Spanje met Frankrijk. In het westen grenst Spanje aan Portugal en in het zuiden met de Britse kolonie Gilbraltar. De totale kustlijn van Spanje is 4964 km. In het oosten liggen de Belearen, dat zijn eilandjes waaronder: Mallorca, Menorca, Ibiza en Formentera. De dertien Canarische eilanden liggen aan de kust van Marokko.

Wereldkaart.gif

Linksonderin van het rode stuk is Spanje. De nationale feestdagen van Spanje zijn: 1 Januari is het nieuwjaarsdag( Ano Nuevo), op 6 Januari is het Driekoningen( Epifanie del Senor), 19 Maart is het San Jose, 8 tot 15 April is de Heilige week(Semana Santa), in Maart en April is het Witte Donderdag(Jueves Santo) en Goede Vrijdag(Viernes Santo), in Maart en April is het ook nog Pasen(Dia de Pascua), 1 Mei is de dag van de Arbeid(Dia del Trabajo), in Juni is het Pinksteren(Pentecostes), van 14 tot 17 Juni is het Sacramentsdag(Corpus Christi), op 15 Augustus is het Maria Hemelvaart(Asuncion de la Virgen), op 12 Oktober is het de Nationale Feestdag(Fiesta Nacional de Espana), op 1 November is het Allerheiligen(Todos Los Santos), op 6 December is de Dag van de Grondwet(Dia de la Constitucion Espanola), op 8 December is het Maria Onbevlekte Ontvangenis(Inmaculada Concepcion) en op 25 December is het Kerstmis(Navidad).

Economie

Spanje was een Agrarisch land. Nog steeds is het land een belangrijke leverancier van Agrarische producten. Pas vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw nam de industrialisatie toe. De autostaal en chemische industrie zijn de belangrijkste. Daarnaast heeft Spanje een grote dienstensector met een belangrijke plaats voor het toerisme. In 1950 werkte de helft van de Spaanse beroepsbevolking in de landbouw, nu is dat nog maar 5%.In de jaren ’70 ging het snel slechter met de Spaanse economie. Dat kwam door het maken met de late industrialisatie.Doordat er niet genoeg mensen naar school zijn geweest, richtte Spanje zich op de productie van goedkope consumptie-artikelen, zoals kleding en schoenen. Die konden goedkoper worden gemaakt in Afrika en Azië. Tegelijkertijd was het moeilijk om ijzer, staal en scheepsbouwindustrie te verkopen. En er keerden duizenden Spaanse gastarbeiders terug naar hun land. Dat alles bij elkaar leidde tot een sterke stijging van de werkloosheid.Vanaf de jaren ’90 gaat het beter, door bezuinigingen, privatiseringen en saneringen kent Spanje een sterk economische groei. De laatste jaren gaat het wat minder. De economische groei van Spanje komt door binnenlandse consumptie en de bouwsector. De Spanjaarden hebben het goed en gaan steeds meer huizen bouwen.Ook andere sectoren zullen voor de groei van de economie moeten zorgen. Om bij te blijven moeten bedrijven geld uitgeven voor vernieuwingen en opleidingen voor het personeel. Maar dat doen ze in Spanje heel weinig. Daarom stimuleert de Spaanse regering dat. Er is nu een regel die het Spaanse families die in het buitenland wonen het makkelijker maakt om in Spanje een bedrijf te beginnen. Ze willen op deze manier jonge arbeidskrachten aantrekken. De economische groei in Spanje trekt na een periode van 2 jaar weer stagnatie aan.

2003 2,4
2004 3,0
2005 3,3
2006 2,9
2007 2,5
2008 2,2

Waar verdienen ze geld mee?

De belangrijkste produkten die geexporteerd(verkopen aan een ander land) worden zijn landbouwproducten, auto's, machines, erts en textiel. Spanje importeerd(iets kopen uit een ander land) uit Duitsland en Frankrijk veel aardolie, voedingsmiddelen en chemische producten. In totaal heeft spanje ongeveer 46 miljoen inwoners.

Inwoners van steden in 2008:

Madrid 3,128 miljoen
Barcelona 1,615 miljoen
Valencia 807.000
Sevilla 700.000

Het dichtbevolste gebied is rond Madrid met 629 inwoners per km2`. Op de Balearen en Canarische Eilanden wonen relatief veel mensen. Ongeveer 100-500 per km2. De Spaanse bevolking is van diverse soorten van Etnische herkomst. De bevolkingsgroepen van Castilie, Andalusie, Asturie en Aragon hebben niet dezelfde afkomst. Ongeveer 72% is Spaans, 16% is Catalaans, 8% Galicisch en 2% is Bakisch. Van de buitenlanders die in Spanje rondlopen is 51% uit de Europese Unie. Basken zijn vermoedelijk nazaten van de oerbevolking, en hebben net als de Catalanen een eigen taal. Galiciers hebben hun eigen volksaard en taal, verwant aan het Portugees. De benzineprijzen zijn in Spanje 0,80 tot 0,90 euro. De diesel 0,70 euro en de LPG is bijna niet verktijgbaar. De landbouwsector verschaft werk aan 8,3%van de Spaanse beroepsbevolking. 29.9% van de mensen vind werk in de industriele sector en 61,8% in de diensten sector. De diensten sector levert de grootste bijlage aan de BBP(Bruto Binnenlands Product), namelijk 63,4%. De bijdrage van de agragische sector en industriele sector zijn respectievelijk 3,7% en 24,4%. De bouwnijverhijd is goed voor 8,5% van het BBP. In 1992 had Spanje 27 miljoen hectare landbouwgrond. Meer dan de helft van de totale oppervlakte. De opbrengst per hectare is lager dan in de rest van Europa. Dat komt door andere lage investeringen. Wijn en olijf productie zijn van groot belang voor Spanje. De Spaanse oveheid heeft een herbebossingsprogramma gestart om nieuwe bronnen van inkomsten te creeren en tevens erosie tegen te gaan. De visserij ondergaat een herstructuring aangezien Spanje door de EU(Europese Unie)gedwongen is de visvangst te beperken. Belangrijke industrieen zijn de scheepsbouw, staal industrie, textiel, voedselverwerking, olie, chemische industrie en auto industrie. 

Recreatie

Sport speelt een belangrijke rol in het leven van de Spanjaarden. De belangrijkste sport in Spanje is voetbal. De bekenste voetbalclubs zijn FC Barcelona, Real Madrid, Valencia, Sevilla en Atletico Madrid. Andere populaire sporten zijn tennis, autoracen en golf. Aan de Spaanse kust kan je ook watersporten en in de winter kan je in de bergen ook skieen. Een Spaanse traditie is ook om de stierenvechten te houden.


Politiek

Vanaf 1939 werd Spanje geregeerd door generaal Francisco Franco. Hij had de Spaanse Burgeroorlog gewonnen met steun van Italië en Duitsland. Hoewel Franco daarvoor dankbaar was, weigerde hij deel te nemen aan de Tweede Wereldoorlog, ondanks aandringen van Adolf Hitler. Na de oorlog probeerde Franco de scherpe kantjes van zijn regime af te zwakken: het aantal arrestaties van politieke tegenstanders verminderde en fascistische symbolen werden afgeschaft. Dat hielp weinig: vele landen weigerden betrekkingen aan te gaan met het Spanje van Franco. Dat veranderde in 1950. Bij het uitbreken van de Koreaanse oorlog werd Spanje door de Amerikanen gezien als een belangrijke bondgenoot tegen het communisme. De Verenigde Staten kwamen met militaire en economische steun over de brug, in ruil voor het gebruik van militaire bases in Spanje. In 1955 werd Spanje lid van de VN(Verenigde Naties), maar het land moest tot 1982 wachten voordat het lid mocht worden van de NAVO(Noord-Atlantische Verdragorganisatie). Franco voerde in de jaren vijftig economische liberaliseringen door. Gecombineerd met buitenlandse investeringen en een groeiend toerisme naar Spanje kon de economie opbloeien. Politiek bleef Franco een dictator die geen tegenspraak duldde. Afscheidingsbewegingen in Catalonië en Baskenland werden met harde hand onderdrukt. Eind jaren '60 werd ook in de politiek enige versoepeling zichtbaar: de pers kreeg meer vrijheid en Franco wees Juan Carlos de Bourbon (de kleinzoon van de laatste koning Alfons XIII) officieel aan als zijn opvolger. Franco overleed op 20 november 1975. Twee dagen later werd Juan Carlos beëdigd als koning van Spanje. Hij effende de weg naar democratie door de zittende premier Carlos Arias te vervangen door Adolfo Suárez. Deze Suárez nam de overgang naar democratie krachtig ter hand: burgerlijke vrijheden werden hersteld en de socialistische en communistische partijen werden weer toegestaan. Voor het eerst in ruim veertig jaar werden in 1977 parlementaire verkiezingen gehouden, waarbij de partij van Suárez, de Unie van het Democratisch Centrum, eenderde van de stemmen won.


Geografie

 het vasteland van Spanje bestaatvoor tweederde uit een hogvlakte van ruim 610 meter boven de zeespiegel en verder bestaat het het meest uit gebergten. De belangrijke rivieren zijn de Duro, de Taag en de Ebro. In het noordelijk gedeelte van de Messeta stroompt de Duro en in het zuidelijk gedeelte de Taag. Madrid ligt ten zuiden van het Castiliaanse Scheidingsgebergte tussen beide rivieren in. De Ebro ontspringt in het noorden. Rechts van de Ebro is het Iberisch Randgebergte dat de Meseta in het oosten afsluit. Met een oppervlakte van 504.880 km2 neemt Spanje meer dan viervijfde van het Iberisch schiereiland in beslag. Het koninkrijk Spanje omvat ook de Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de twee enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika. Spanje maakt aanspraak op Gibraltar. De bijna boomloze centrale hoogvlakte (Meseta) bestaat uit een noordelijk deel (oud-Castilië) en een zuidelijk deel (nieuw-Castilië), gescheiden door het Castiliaans Scheidingsgebergte met als hoogste top de Sierra de Gredos (2.592 meter). De hoofdstad Madrid ligt ten zuiden van het Castiliaanse Scheidingsgebergte, tussen beide rivieren in. In het Cantabrische Gebergte (de hoogste top is de Picos de Europa, 2.648 meter), dat als een lint ten zuiden van de noordelijke kustgebieden Galicië, Asturië, Cantabrië en Baskenland loopt. De rivier wordt op zijn weg naar de Middellandse Zee aan linkerkant beschermt door de Pyreneeën (hoogste top Pico de Aneto 3.404 meter) en het Catalaanse Kustgebergte (hoogste top 1.676 meter), dat glooiend uitloopt in de heuvels van Valencia. Ten zuiden van de Meseta vormt de Sierra Morena (hoogste top 1.323 meter) de overgang naar Andalusië. De kustprovincie Andalusië wordt verdeeld in hoog-Andalusië en laag-Andalusië. In het zuiden van hoog-Andalusië ligt de Sierra Nevada met Mulhacén (3.478 meter), de hoogste berg van het Iberisch Schiereiland. De dertien Canarische eilanden zijn van vulkanische oorsprong. Bekende eilanden zijn(van west naar oost)La Palma, Gomera, Tenerife, Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote. De Pico de Teide op Tenerife is met 3.718 meter de hoogste berg van Spanje.


 Meteorologie

Spanje kent grotendeels een mediterraan (is middellandse zee) klimaat met hete en droge zomers. Toch blijft het 's zomers niet droog en vallen er hevige buien. De regenkans is in het noorden groter dan in het zuiden. In het noordoosten kunnen soms honderden millimeters in 24 uur vallen. In de zomer is de temperatuur 's middags ongeveer 22 graden aan de noordkust tot 32 in het hoog gelegen Madrid en 36 graden in Cordoba. In het zuiden kan de wind soms heet zijn wanneer deze uit het zuiden waait met stoffige lucht uit centraal Afrika, de sirocco. Verder zijn er lokale winden zoals de Datoo (west), Levantor (oost), Elisos, (noordoost) en de Terral. Dat is een variant van de föhn maar komt niet uit het zuiden zoals meestal in de Alpen maar uit het noorden vanuit de berg in het binnenland. De Terral is bekend in het gebied van Malaga waar het dan extreem warm wordt.  Aan de kust blijft de wind uit zee waaien en is het minder warm.




 Historie

Voordat de Moren het Iberische schiereiland bezetten in het begin van de achtste eeuw, was Spanje in handen van de Visigoten. De bezetting van de Moren duurde bijna 7 eeuwen. Zij voerden de islam in en er ontwikkelde zich een Moors-Spaanse cultuur van hoog niveau. Er zijn nog veel gebouwen in Spanje die herinneren aan de Moorse tijd, zoals het Alhambra. De herovering (Spaans: Reconquista) door de christenen duurde tot aan 1492.

Granada alhambra01.jpg                      Granada alhambra14.jpg Alhambra.


Spanje werd vanaf toen een wereldmacht onder de Habsburgers (1504-1700) en de Bourbons (1700-1868). Het Spaanse rijk strekte zich over de hele wereld uit. In de tweede helft van de 19e eeuw leidde de Spaans-Amerikaanse Oorlog tot het verlies van de Spaanse koloniën.

In 1931 werd Spanje een republiek (Spaanse Republiek), nadat de koning gedwongen werd af te treden. Politieke onrust leidde uiteindelijk tot de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Dit was een nationalistische opstand tegen de republikeinse regering. Generaal Franco, leider van de nationalisten, kreeg steun van Duitsland en Italië, terwijl de regering werd geholpen door de toenmalige Sovjet-Unie. De nationalisten overwonnen, en generaal Franco bleef als dictator aan de macht tot zijn dood in 1975.

Na de dood van Franco werd het koninkrijk hersteld. Juan Carlos, de kleinzoon van Alfonso XIII, werd de nieuwe koning. In 1978 kwam de democratische grondwet tot stand.



 Religie

Het belangrijkste geloof in Spanje is het Rooms Katholieke geloof. Daarnaast is er een kleinere groep van protetanten. De laatste jaren is het aantal mensen dat ook werkelijk actief naar de kerk gaat, veel kleiner geworden, en is Spanje religieus gezien geen traditioneel rooms-katholiek land meer.

 Spanje kerk.jpg Kathedraal van Segovia.



 Bronnenlijst

http://www.knmi.nl

http://www.spanje.nl

http://www.wikipedia.nl

 Conclusie

 Ik heb zelf heel veel van dit werkstuk geleerd en weet nu ook een stuk meer over Spanje. Ik wil nog wel even tegen de maker zeggen dat als je vergeet op te slaan als je een plaatje wilt uploaden moet je alles opnieuw typen en moet je eerst ook nog weer naar je groep en dan weer naar jezelf terug. Ik heb ook geleerd dat je beter moet plannen.

Persoonlijke instellingen