Wieger

Uit Lorentz

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

weekopdracht  1                voorouders

Ik denk dat de tijger en de leeuw dezelfde voorouder hadden. Namelijk de Sabeltandtijger.

Ingrediënt 1. De leeuw en de tijger behoren tot een soort: katachtige. Maar toch is er veel verschil tussen een leeuw en een tijger. Een tijger heeft bijvoorbeeld strepen en een leeuw heeft bijvoorbeeld manen.

Ingrediënt 2. Een leeuw en een tijger moeten vechten voor hun leven. Een blauwe tijger of een paarse leeuw zouden niet kunnen leven omdat paars of blauw niet een goede schutkleur is in hun gebied.

Ingrediënt 3. Een tijger heeft strepen omdat dat een goede schutkleur is. Een tijger met strepen overleeft dus makkelijker. Er was dus een tijger met een streep. Die overleeft dus makkelijker, dus hij krijgt kinderen. Zijn kinderen hebben dus misschien twee strepen. En ga zo maar door. Tot er heel veel hebben.

Weekopdracht 1.jpg

weekopdracht  3           tweelingen

Er is niet veel verschil over eeneiige tweelingen. Toch is er verschil. Van buiten zien ze er hetzelfde uit, maar van binnen zijn ze toch een stuk anders. Bij iedereen is de vingerafdruk anders. Dus dat verschillen ze al. Maar er zijn nog meer verschillen. Die zie je niet van buiten, maar wel van binnen.
Een eeneiige tweeling komt als een eitje is bevrucht en zich door tween splitst . Een twee-eiige tweeling komt meer voor. Bij een twee-eiige tweeling zijn twee eitjes op het zelfde moment bevrucht. Een eitje bepaald namelijk hoe je er uit gaat zien. Als de tweeling door tweeen splitst, ziet de tweeling er precies hetzelfde uit. Als twee eitjes tegelijk worden bevrucht. Krijg je een verschillende tweeling. Een eeneiige tweeling verandert wel langzaam. Eeneiige tweelingen hebben niet hetzelfde DNA. Een eeneiige tweeling is niet erfelijk. Als je een eeneiige tweeling hebt, is dat puur toeval

Eeneiige tweeling weekopdracht.jpg

weekopdracht  4      de evolutietheorie in mijn school

In mijn school kan ik alle ingredienten verwerken. In deze weekopdracht vertel ik hoe.

Ingredient 1. Variatie binnen een soort

Op mijn school zijn er veel andere kinderen. Kinderen uit andere landen. Of gewoon uit Nederland. Er zijn hele slimme kinderen, maar ook minder slimme. Er zijn kinderen met ziektes, maar ook kinderen zonder ziektes. En zo kan ik nog wel een uur door gaan. Zo zijn er allemaal verschillende kinderen binnen een soort. Ingredient 1 heet dan ook: variatie binnen een soort.


Ingredient 2. Alle planten en dieren hebben een zwaar leven

Op onze school kan je ook dit ingredient verwerken. Dan kan je denken. Wat een rare titel, maar mensen zijn eigenlijk gewoon zoogdieren. Mensen zijn namelijk dieren die geen eieren leggen. Maar ook bij ons op school heeft ieder kind en leraar een zwaar leven. Kinderen moeten bijv. een verkiezing doen. Dan moet je wel je best doen. En de leraren moeten alles regelen en uitleggen en nakijken. Ook moeten ze veel thuis in hun vrije tijd doen


ingredient 3. Overerving

Onze school doet ook aan overerving. Want uit allemaal kleine scholen is de lorentzschool gekomen. En dus heeft de lorentzschool al die eigenschappen van al die scholen. Die als de lorentzschool met iemand gaat samen doen weer andere eigenschappen heeft. Een andere vorm van overerving is dat iemand je iets leert. Bijv. de meester doet dan aan overerving.

Wwekopdracht evolutietheorie.jpg

[[Afbeelding:]]==== weekopracht         5          vrouwenmode   van    1850-2009 ====

In deze weekopdracht moet ik gaan vertellen over de geschiedenis van vrouwenmode vanaf 1850-2009.

Rond 1850 was er een groot verschil tussen arm en rijk.

De armen hadden geen of kapotte kleren aan!

Bij de rijken was dat heel anders. De rijken droegen voornamelijk hoepelrokken. Dat is een jurk met hoepels erin zodat hij heel erg breed uitvalt. Sommige vrouwen droegen zelfs een een bijpassende mannenhoed of een bijpassende mannenstok.

Door de Franse revolutie is de ook kleding totaal veranderd. (De Frande revolutie is dat het volk in opstand kwam tegen het adel). Er was ook nog een pruikentijd. Toen droegen alle rijken een pruik. (Voornamelijk wit).

Daarna waren er vooral bij voorkeur witte jurken. Er waren steeds minder hoepelrokken. Daarna kwamen er vooral jurken met dunne taiies.

Plaatje weekopdracht 5.jpg 

Weekopdracht 6

Eindpresentatie

Persoonlijke instellingen